Dienstweigeraars: burgerlijke ongehoorzaamheid van de eerste wereldoorlog tot vandaag

Wat is het meest heldhaftige dat je kan doen in oorlogstijd? Misschien wel de oorlog aan de oorlog verklaren. Het is alleszins een van de meest subversieve daden die je als burger kan stellen. Misschien daarom dat er, ondanks alles officiële herdenkingen van de eerste wereldoorlog, nog steeds relatief weinig aandacht is voor de verhalen van dienstweigeraars en deserteurs. Zij gooien – vaak tegen beter weten in – al meer dan honderd jaar zand in de oorlogsmachine.

Desertie en dienstweigeren in de eerste wereldoorlog

Ook in ten tijde van de eerste wereldoorlog waren er gewetensbezwaarden. In een vroege uiting van universele waarden van broederschap en wereldburgerschap weigerden ze de wapens op te nemen tegen hun broeders en zusters van andere landen. Ze wisten nochtans dat ze een zware prijs zouden betalen: de gevangenis in het beste geval, in het slechtste geval dood door kogel. In het laatste geval vielen ook deze helden, zij het dan door en niet voor onze beschaving.

Er is tot op zekere hoogte een onderscheid te maken tussen een gewetensbezwaarde die vooraf reeds weigert de wapens op te nemen en een deserteur die het leger onwettig verlaat. Maar in beide gevallen kunnen wel dezelfde principiële motieven een rol spelen. Aan het Belgische front werden tijdens de eerste wereldoorlog elf soldaten gefusilleerd door het eigen leger wegens desertie. Er was op dat moment in België nog geen georganiseerde beweging tegen de dienstplicht, zoals dat in Nederland wel het geval was. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat Nederland geen strijdende partij was in die eerste wereldoorlog. Maar ook in Engeland, dat wel rechtstreeks betrokken was in het conflict, waren er maar liefst 16.000 gewetensbezwaarden die dienst weigerden.

De beweging in Nederland verspreide zowel in aanloop naar als tijdens de eerste wereldoorlog pamfletten die opriepen elke medewerking aan het oorlogsgeweld te vermijden. In het “dienstweigeringsmanifest” van 1915 klonk het – in oude spelling – als volgt:
“Waarde medeburgers! Wij allen, (…) richten ons tot het Nederlandsche volk om te getuigen tegen de geest van oorlog en militarisme (…) Voorzoovelen wij ooit tot gewapende landsverdediging verplicht gerekend zouden worden hopen wij de kracht te bezitten om alle persoonlijke rechtstreeksche deelname te weigeren, de kracht om liever gevangenisstraf te ondergaan, ja zelfs gefusileerd te worden, dan ontrouw te plegen aan ons geweten, onze overtuiging, of wat wij de hoogste wetten van algemeene menschelijkheid achten.”

Dat sommige wetten (zoals die van de dienstplicht) moreel onrechtvaardig zijn en dus gebroken moeten worden, een uitgangspunt dat aan de basis ligt van elke vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, kent dus al een lange geschiedenis. De beweging voor dienstweigering zou zich tijdens het interbellum (de periode tussen de twee wereldoorlogen) verder verspreiden. In die tijd waren er ook meer en meer Belgische dienstweigeraars die omwille van hun bezwaren voor de rechter moesten verschijnen en die ook effectieve gevangenisstraffen kregen.

Het proces tegen Hem Day en Leo Campion deed heel wat stof opwaaien. Beiden hadden eerder hun dienstplicht gedaan. Zij hadden eerder wél hun dienstplicht gedaan maar betreurden later die keuze en stuurden daarom hun militaire boekje terug samen met een statemnt. Deze daad die als ‘aanzetten tot dienstweigering’ kon beschouwd worden, was blijkbaar staatsgevaarlijk genoeg om hen ervoor te vervolgen.

Internationale solidariteit: de link tussen organisaties van gewetensbezwaarden en antikoloniale strijders

In dezelfde periode ontstonden belangrijke linken tussen anti-militaristen in de lage landen en het vroege antikoloniale verzet in Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen. Dat mag niet verbazen, gezien de strijd tegen het militarisme nooit los gezien kan worden van de strijd tegen een imperialisme en nationalisme die samen de voedingsbodem voor oorlog vormden. De dienstweigeraars die in hun eigen land als landverrader bestempeld en veroordeeld werden, waren tegelijk bij de eersten die de hand reikten naar hun medemensen in de kolonies.

Bij monde van Arthur Lehning klonk het tijdens het eerste Congres tegen Koloniale Onderdrukking in Brussel in 1927 als volgt:
“Deze koloniale onderdrukking en de moderne oorlogen van het imperialisme zijn slechts mogelijk door de metterdaad betoonde solidariteit van het, door dit zelfde imperialisme uitgebuite, witte proletariaat met zijn regeeringen, zoolang dit zich ertoe leent dienst te doen als matroos op de oorlogsvloot, als soldaat in het leger, als arbeider(-ster) in de oorlogsindustrie.”

Europese anti-militaristen ontmoetten tijdens dat congres antikoloniale strijders als Senghor uit Senegal en Hatta uit Indonesië.

Over burgerdienst en totaalweigeraars

In latere jaren kwam er een wet op gewetensbezwaarden, waarbij dienstplichtigen een burgerdienst konden uitvoeren in plaats van een militaire dienst. In België bleef die burgerdienst, tegen Europese richtlijnen in, tot op het eind discriminerend doordat wie geen legerdienst deed een veel langere dienst moest kloppen.

Na de invoering van de burgerdienst zagen we trouwens een nieuwe categorie van “totaalweigeraars” die ook deze oproeping weigerden en nog steeds liever in de gevangenis gingen zitten. De motivatie voor dit totaalweigeren was meestal dat door de aanvaarding van een alternatieve burgerdienst impliciet ook de legitimiteit van het leger werd erkend. En “leger staat gelijk aan georganiseerde onderdrukking,” zoals een totaalweigeraar het zelf verwoordt in een boek waar ze hun getuigenissen verzamelden.

In België werd de dienstplicht opgeschort in 1992. De laatste dienstplichtigen zwaaiden af in 1995. Sindsdien zijn er enkel nog beroepsmilitairen in het Belgische leger.

Dienstweigeren: een onafgewerkt hoofdstuk van verzet

Het einde van de dienstplicht maakt dat deze vorm van dienstweigeren op dit moment in ons land niet aan de orde is. Al kunnen we ongetwijfeld inspiratie vinden in de moedige keuzes van dienstweigeraars om zelf onze medewerking te weigeren aan andere vormen van immoreel beleid.

In heel wat andere landen bestaat er wel nog een dienstplicht en zijn bewegingen van dienstweigeraars nog steeds actief, met nog altijd een hoge persoonlijke kostprijs tot gevolg. Een voorbeeld hiervan zijn de huidige generatie dienstweigeraars in Israël, soms “refuseniks” genoemd. Dergelijke bewegingen en de individuele gewetensbezwaarden verdienen onze steun en solidariteit.

Hoe langer de (nabije) oorlogsgruwel achter ons ligt, hoe minder rechtstreekse getuigen er zijn en hoe makkelijker het wordt om opnieuw in de fouten van weleer te trappen. Vandaag wordt in sommige kringen opnieuw gepleit voor een – weliswaar vrijwillige – militaire dienstplicht. In een wereld waar nog steeds zoveel levens kapot gemaakt worden door brutale oorlogen moeten we daarom de oude leus van dienstweigeraars blijven herhalen: “Geen mens, geen cent, geen hamerslag* voor het militarisme.”

(*) de “hamerslag” is een verwijzing naar alle arbeid die het militaire apparaat moet mogelijk maken.

Enkele leestips:

  • Termeer, G. e.a. “Dienstweigeraars”
  • Anti-militaristisch Buro Leuven. “Plicht… Wat plicht? Niks plicht. Belgiese totaalweigeraars getuigen”

 

Inspireren tot sociale actie met de actiegallerij

In workshops over kritisch burgerschap of die inzoomen op het omzetten van verontwaardiging in sociale actie, maken we vaak gebruik van een oefening genaamd actiegallerij. Op basis van een rijke collectie beeldmateriaal verkennen we een uitgebreid gamma aan actievormen. Hoewel we hiervoor verschillende manieren hebben is de inzet steeds hetzelfde: tonen dat we als burgers over een ongelooflijk divers arsenaal aan mogelijkheden beschikken om onze stem te laten horen en verandering kracht bij te zetten.

Wist je dat…
… de selectie beelden waaruit we foto’s voor de actiegallerij putten meer dan honderd verschillende      actievormen bevat? Ideeën en inspiratie met voor elk wat wils dus!
… we voor jou hier ook een reeks actiehandleidingen online ter beschikking stellen? Zo maak je meteen een brug van theorie naar praktijk.
…. je welkom bent in onze actiewerkgroep om mee de schouders te zetten onder een beweging van en voor kritische burgers. Een mailtje naar actie@labovzw.be volstaat om deel te worden van onze strijd voor een solidaire en inclusieve samenleving! We vertellen je graag meer over onze lopende campagnes

 

 

 

Verdiepen en verbinden – leren van elkaars strijd

Deze zomer waren we in Amsterdam om sessies te faciliteren op een uitwisseling tussen Europese en Afrikaanse activisten van het Young Friends of the Earth netwerk. Dit soort ontmoetingen biedt een kans voor activisten om zich te herbronnen en vormen van samenwerking en solidariteit uit te diepen. Ontdek in dit sfeerverslag van Jeroen waarom we graag met hen (en jou?) op pad gaan.

Jongeren in de bres voor systeemverandering

Mijn persoonlijke band met Young Friends of the Earth Europe (YFoEE) gaat terug tot mijn eerste jaren als klimaatactivist, nog lang voor van LABO vzw sprake was. Ik was toen betrokken bij de jeugdbeweging JNM (Jeugdbond voor Natuur en Milieu) en die waren een tijd sterk gelinkt met YFoEE. Op die manier kreeg ik de kans deel te nemen aan verschillende klimaattops en zo de thematiek van binnen en van buiten te leren kennen. Elk van deze gelegenheden, maar zeker de klimaattop van Kopenhagen in 2009 zijn persoonlijk verrijkende ervaringen geweest.

Sinds mijn persoonlijke betrokkenheid met YFoEE is het netwerk enorm gegroeid en verdiept. De voorbije jaren hadden we de kans om als externe partner de vinger aan de pols te houden en bescheiden bij te dragen aan het boeiende werk van de jongeren.

Bruggen leggen over grenzen heen

Het netwerk heeft een serieuze weg afgelegd sinds ik er laatst actief was. Toen lag er nog een duidelijke nadruk op de “ecologische” invulling van het verhaal. Maar de jongeren hebben de internationale ontmoetingen, waarop ze vaak het pad kruisten van activisten uit de frontlinies in het globale Zuiden, aangegrepen om ook zichzelf te bevragen. De nadruk op de noodzaak van rechtvaardigheid binnen het milieuverhaal werd daarbij steeds belangrijker. In een zoektocht naar antwoorden op die uitdaging omarmden ze de voorbije jaren ook steeds explicieter een intersectioneel analysekader waarbij de strijd tegen racisme, tegen het patriarchaat en socio-economische uitsluitingsmechanismen steeds meer op het voorplan kwam.

De groeiende nadruk op intersectionaliteit geeft ook bijkomende impulsen gegeven aan internationale solidariteit en het verruimen van de blik. Hoewel Friends of the Earth bij uitstek steeds een internationale beweging is geweest, waar stemmen uit het Zuiden naar het voorplan komen, is dit de voorbije jaren meer dan ooit waar.

Een concreet resultaat daarvan is een langdurige uitwisseling tussen groepen uit Europese landen en die uit Afrikaanse landen.

Hoop, strijd en verbinding

De uitdagingen waarover de jongeren zich het hoofd buigen zijn niet min: klimaatverandering, eerlijk voedsel, migratie,… Geconfronteerd met moeilijke vragen en vaak een enorme ongelijkheid is het makkelijk om de hoop te verliezen.

Op deze uitwisselingen ligt de nadruk echter op verbinding en op samen hoop vinden in een strijd voor rechtvaardigheid. Er is veel kritisch en strategisch denkwerk maar ook de overtuiging dat we samen, van onderop, meer kunnen dan als we geïsoleerd zijn. En meer dan we zelf meestal denken. Iedereen keert aan het eind dan ook huiswaarts met nieuwe inspiratie en moed voor een volgende ronde broodnodig activisme.

This is what system change looks like!

Moeilijke vragen gaan ze bij Young Friends of the Earth al lang niet meer uit de weg. Deze keer werden we gevraagd een sessie te begeleiden over het “ontmantelen van het partriarchaat”, niet enkel in de samenleving maar in het bijzonder ook in onze eigen groepen.

Een vraag waar men op vele plekken nog ongemakkelijk bij zou heen en weer schuifelen. Het is dan ook inspirerend te zien hoe deze jonge mensen moeilijke vragen omarmen als een kans om te groeien en een echte stap vooruit te zetten richtingen een betekenisvolle transitie. In de samenleving, maar ook binnen de eigen organisatie.

Beste Daniël Termont, een progressieve stad beboet geen sociale actie! [open brief]

Beste Daniël Termont,
Geachte burgemeester,

Gent pakt er graag mee uit een progressieve stad te zijn. Maar een progressieve stad geeft geen boetes, ook geen GAS-boetes, voor geweldloze actie. En een progressieve stad is niet bang om mee te evolueren met het groeiend historisch inzicht en volop te kiezen voor een dekolonisering van de publieke ruimte. Gezien we een GAS-boete kregen voor een actie die net een lans brak voor dit soort dekolonisering, zijn dit de twee thema’s waarover ik je wil schrijven. Want wil je dat burgers blijven waarde hechten aan de retoriek over Gent als progressieve stad, dan zal het beleid die woorden toch in meer daadkracht moeten omzetten.

Wat doen creatieve, kritische  burgers als ze dan toch een GAS-boete krijgen voor een broodnodige sociale actie? Wel, ze maken een actie van het betalen van die boete. We verzamelden voldoende muntstukken van één en twee euro om het volledige bedrag van 120 euro te dekken en kleefden er een muntsticker op om alvast de muntstukken zelf te dekoloniseren.

De officiële reden voor de GAS-boete was dat de actie niet tijdig (zes weken) op voorhand is aangevraagd. Maar hoe kan een democratie verantwoorden dat het demonstratierecht op zo’n bureaucratische wijze wordt uitgehold? De gezondheid van een democratie hangt mee af van het vermogen van burgers om zich snel te mobiliseren en te protesteren tegen onrecht zonder onnodige belemmeringen.

Dat wil niet zeggen dat overwegingen over openbare orde en veiligheid onbelangrijk zijn, maar die moeten wel proportioneel zijn. Als zelfs kleinschalige acties, waarbij de organisatoren alles op alles zetten om overlast te vermijden, aan dit soort pestbeleid worden onderworpen, dreigt de civiele samenleving alle veerkracht te verliezen. En daarmee de democratie ook een noodzakelijke waakhond.

De laatste jaren wordt de speelruimte voor sociale actie steeds beperkter. Op gemeentelijk niveau spelen de GAS-boetes daarin een belangrijke rol. Als er echt problemen zijn, bestaan er voldoende andere instrumenten om vanuit politiediensten of een stadsbestuur in te grijpen. Mag ik van een “progressief” stadsbestuur dan ook verwachten dat ze in de toekomst afziet van het gebruik van de GAS-regelgeving om sociale actie te beteugelen?

Intussen hebben we deze boete toch maar betaald. Maar mogen we zo vrij zijn om jou enkele suggesties te doen over hoe je dit geld kan inzetten? Zo kan het op zijn minst die zaak ten goede komen waar wij als activisten al een tijd naar streven: de dekolonisering van onze stad. Als stadsbestuur gaf je eerder schriftelijk aan dit doel genegen te zijn, dus geven we graag wat tips over hoe je eraan kan bijdragen met onze centen.

Beste burgemeester, als je echt in dekolonisering gelooft, gebruik dit geld dan voor:

  • Het plaatsen van historische duidingsborden bij koloniaal erfgoed. En graag echte duidingsborden die voldoende historische context geven én waarin we de volle verantwoordelijkheid opnemen voor de misdaden die met het kolonialisme gepaard gingen.
  • Het verhuizen van straatnaambordjes en monumenten die verwijzen naar Leopold II van de straat naar het museum, waar de nodige context kan voorzien worden en waardoor een eind komt aan de verheerlijking van een gewelddadig schrikbewind.
  • Het oprichten van een (tegen)momument dat de antikoloniale strijd herdenkt, eerder dan de kolonisering.
  • Het brengen van meer kleur in het aanbod van de stadsbibliotheek. Dekolonisering begint immers bij onze geesten en die worden gevoed door wat we lezen.
  • Een workshop dekolonisering voor het stadsbestuur of medewerkers van stadsdiensten. Want dekoloniseren betekent ook heel wat ontleren en de blik naar binnen keren om de eigen verantwoordelijkheid en privileges te zien.
  • Een geloofwaardig anti-racistisch beleid. Want er loopt een rechte lijn tussen het kolonialisme van gisteren en racisme en xenofobie vandaag. Enkel door die vicieuze cirkel vandaag te breken, bouwen we aan een inclusieve samenleving morgen.
  • Het aanleggen van een fonds dat in herstelbetalingen voorziet voor slachtoffers van oude en nieuwe vormen van kolonialisme.

Beste, burgemeester, u mag ons steeds op de hoogte houden van uw voorkeursopties uit bovenstaande lijst. We blijven bereid met jullie samen te zitten om een of meerdere van deze doelen te realiseren. En ik hoop dat we als kritische burgers in de toekomst, ook onder uw opvolger, samen met het stadsbestuur kunnen werken aan meer dekolonisering én sociale actie.

Wanneer een Lumumba-laan in Gent?

Morgen herdenken we de Congolese onafhankelijkheid die op 30 juni 1960 bekomen werd. En er is ook enige reden om te vieren: in Brussel wordt ter ere van die onafhankelijkheid officieel een Lumumba-plein ingehuldigd. Iedereen die elders actie voert rond dit thema kan uit deze symbolische overwinning de nodige moed putten om de strijd met hernieuwde moed verder te zetten. Zo ook in Gent, waar we de druk verder op willen voeren om gemaakte beloftes te realiseren.

Protest tegen de aanwezigheid van koloniaal erfgoed is ook in stad Gent geen nieuwe aangelegenheid. In 2004 was onder andere Annelies Storms, toen nog actief bij Spirit Gent en intussen bevoegd schepen van cultuur voor SP.a, een van de activisten die vroeg om duidingsborden bij de koloniale beelden in Gent. Toenmalig schepen Decaluwe reageerde positief en er zouden infopanelen komen in de loop van 2005. Meer dan tien jaar (en na meerdere acties van andere groepen) later waren er echter nog steeds geen panelen te bespeuren en schoten we met LABO vzw zelf in actie.

Op onze eerste Dag van het Kritisch Burgerschap, 2 mei 2016, hielden we een optocht tot aan het beeld van ‘t Moorken en vervingen onderweg alle bordjes met daarop Leopold II-laan door Roger Casement-laan. Casement schreef een van de eerste vernietigende rapporten over het noodlottige beleid van Leopold II in Congo. Kort nadien interpelleerden we schepen Storms ook over het uitblijven van bordjes tijdens een publieke voorstelling van haar beleid, met de belofte dat meer acties zouden volgen als er geen verandering kwam.

De uiteindelijke “excuusbordjes”. Niet wat we verwacht hadden…

Er zou vanuit de schepen een uitnodiging tot overleg komen, maar in plaats daarvan lazen we in september 2016 in de krant dat het schepencollege had besloten alsnog bordjes te plaatsen. Hoe lang de weg naar een betekenisvolle dekolonisering nog is, dat bleek toen de burgemeester zelf het woord namen tijdens een gemeenteraadszitting over dit initiatief en daarbij de wens uitsprak om de excuses te onthullen op 15 november, de dag waarop Kongo Vrijstaat – het privédomein van Leopold II – een Belgische kolonie werd. Over een pijnlijke uitschuiver gesproken! Als je effectief belang hecht aan een dekolonisering van de publieke ruimte, waarom zou je dan niet kiezen voor 30 juni, de dag waarop Congo werkelijk onafhankelijk werd?

 

Meteen bleek ook dat de excuses zich zouden beperken tot misdaden ten tijde van Kongo Vrijstaat. Hoewel de absolute gruwel van die periode latere vormen van uitbuiting en onderdrukking in de schaduw plaatste, was er absoluut geen sprake van vrijheid of gelijkwaardigheid voor zwarte Congolezen in de latere jaren onder een Belgisch bewind. Uiteindelijk werden de borden ook helemaal niet onthuld en bleek het zelfs niet om excuusbordjes te gaan. Wel werden in alle stilte infoborden in enkele parken geplaatst waaraan onderaan zeer beknopte “excuses” werden toegevoegd.

Het bord dat we zelf plaatsten. Check het aan het begin van de Citadellaan!

Dit alles was  voor ons aanleiding genoeg om opnieuw over te gaan tot actie. Op de sterfdag van Lumumba, 17 januari, organiseerden we eerder dit jaar in het kader van de landelijke actiedag van Hand in Hand tegen Racisme, een actie in Gent waarbij de Leopold II-laan opnieuw gedekoloniseerd werd. Deze keer werd de straat omgedoopt tot de Lumumba-laan en we plaatsten meteen ook een infobord dat duidde waarom dit belangrijk was. De nieuwe straatnamen werden zoals na eerdere acties verwijderd, maar het infobord is er tot op heden terug te vinden en misschien wel het beste symbool van een langzaam dekoloniseringsproces dat voorlopig in de stad te vinden is.

We lanceerden op 17 januari ook een e-mail petitie met de vraag om de naamwijziging permanent te maken. Ondertekenaars van de petitie kregen begin mei, naast een pak praktische bezwaren die moesten aantonen dat het niet haalbaar was om de Leopold II-laan een nieuwe naam te geven, het volgende te lezen: “Stad Gent wil naar de toekomst toe wel nog meer rekenschap geven van de gevolgen van (de)kolonisatie bij haar bevolking. Deze periode uit onze geschiedenis geeft nog steeds aanleiding tot negatieve ervaringen van systematische publieke miskenning. (…) Intussen werd Patrice Lumumba wel opgenomen op de officiële namenlijst voor straatnamen. De stad wenst zeker in te gaan op jullie vraag om Patrice Lumumba te eren met een straatnaam in de toekomst als de opportuniteit zich voordoet. Op dat moment zullen wij hier een gepaste communicatie en een plechtig inhuldigingsmoment rond organiseren.”

De ervaring leert dat we als burgers en activisten die de dekolonisering als onderdeel van een anti-racistische agenda genegen zijn, best de druk op de ketel houden als we deze belofte willen uitgevoerd zien. Anders bestaat het risico dat ‘de opportuniteit’ zich nooit voordoet.

Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht is het een gemiste kans voor het huidige stadsbestuur dat er deze legislatuur nog geen politieke moed en wil werd opgebracht om volop de kaart van dekolonisering te trekken. Dat er toch al iets van een kanttekening in de parken met beelden terug te vinden is, is vooral de verdienste van alle groepen en burgers die reeds voor deze zaak gestreden hebben. Anderzijds moeten we positieve beleidskeuzes ook durven benoemen: de keuze om rond de Krooksite voor plein- en brugnamen te verwijzen naar anti-apartheidsstrijd(st)ers is een stap in de goede richting.

Voor de verkiezingen zit een officiële Lumumba-laan in Gent er wellicht niet meer in. Maar we hopen dat het volgende stadsbestuur de eerste bescheiden stappen als een aanloop zal zien voor meer betekenisvolle sprongen vooruit. Wij zullen met onze partners in deze strijd de druk alvast hoog houden, zodat Gent in de komende jaren, na Brussel morgen, ook een eigen Lumumba-plek kan vieren.

 

Vijf tips voor ongehoorzame burgers

Paulo Freire en de bevrijdingstheologie

Tijdens de recente betoging tegen racisme, liepen we met grote afdrukken van boekencovers. Een cover die veel reacties oogstte was die van Paulo Freire, auteur van Pedagogie van de Onderdrukten. Het terugzien van Freire raakte blijkbaar bij veel anti-racisten met een lange staat van dienst een gevoelige snaar. Hoopvol is dat ook meer en meer […]

Over dekolonisering, anti-racisme en witte bondgenoten

Naar aanleding van de jaarlijkse Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie op 21 maart, reflecteert Jeroen Robbe over enkele uitdagingen voor wie vandaag wil werken aan dekolonisering en anti-racisme. Hij moedigt daarbij aan om (zelf)kritiek niet te schuwen, zowel op vlak van individueel engagement als in de transformatie van organisaties die mee willen bouwen aan […]

Ze zingen en ze springen…

In deze gastblog stelt Stephanie zich de vraag waarom het zo moeilijk is om de figuur van zwarte piet aan te passen. Wie bepaalt er wat racisme is en zijn we anno 2017 eigenlijk wel bereid om de koloniale machtsverhoudingingen echt in vraag te stellen? Belangrijke vragen omdat, zoals in haar bijdrage duidelijk wordt, het debat niet alleen over de figuur van zwarte piet gaat maar ook over de fundamenten van een democratie.

‘Ze zingen en ze springen en ze zijn zo blij want er zijn GEEN zwarte pieten bij’

In Nederland en België heb je elk jaar het sinterklaasfeest, een traditie die deel werd van de nationale identiteit. Hoe het feest verloopt, de symbolische uitwerking waaronder zwarte piet, mag niet in vraag worden gesteld.

‘Zo is het’

Je mag het niet in vraag stellen, het is geïnternaliseerd dat dit ‘normaal’ is (hegemonie). Wanneer je ‘durft’ te vragen waarom zwarte piet, zwarte huid heeft, rode lippen, gouden oorbellen en een afro pruik, dan wordt er gezegd ‘het is onze cultuur’.

Maar het is “black face”, dat is duidelijk voor iedereen die ernaar kijkt van buitenaf. De zwarte Nederlandse bevolking stelt de dominante ideologie in vraag (contra-hegemonie) en wordt beantwoord met fysiek en verbaal geweld.

Democratie?

Dit is geen echte democratie, want de stem van de niet-witte Nederlander en Belg wordt gezien als minderwaardig.

‘Ze snappen onze cultuur niet.’

‘Ze zijn niet goed geïntegreerd’.

De voorstanders van het behoud van de traditionele zwarte piet willen niet inzien dat deze traditie een uitwerking is van hun koloniale geschiedenis. Dit verleden wilt men onderdrukken want toegeven dat je racistische stereotypen meegeeft (zelfs) op een kinderfeest is te confronterend, in strijd met het idee van de niet-racistische democratische Nederlander. Zwarte piet zegt iets over institutioneel racisme, dat aangeleerd wordt.

De macht om te bepalen wat racisme is

actie-zwarte-pieter-stickers-be-editieHet huidig ‘debat’ gaat niet over afschaffen maar over aanpassen. Dat men zo hard vastklampt aan het behoud van zwarte piet zegt iets over macht. Wit Nederland wil met andere woorden de macht behouden te oordelen over wat dat al dan niet racistisch is. Als zij zeggen dat het geen racisme is, hoe durft iemand hen dan tegen te spreken? Dit is autoritair. ‘Ik bepaal wat juist is en wat niet, jij moet gehoorzamen’, volledig koloniaal dus.

Als we institutioneel racisme weg willen, moeten we luisteren naar zij die discriminatie ervaren, hun stem als evenwaardig zien en stap voor stap aanpassingen maken waar nodig. Het banaliseren van andere opinies houdt de machtshiërarchie in stand.

Is het een democratisch ‘debat’ wanneer één groep het voor het zeggen heeft? Waarom kan het geen feest zijn voor iedereen? Een inclusief feest zou mogelijk moeten zijn in een democratische samenleving.

Dit is mijn oproep voor gelijkheid en een inclusieve samenleving!

Stephanie is antropoloog in wording, sociaal cultureel werker en activist. Ze houdt zich bezig met de strijd voor gelijkheid. Dekolonisatie is haar motto.

Tips voor mannen die het patriarchaat willen helpen ontmantelen

De voorbije dagen werd ik via de newsfeed van mijn sociale media overspoeld door berichten en getuigenissen van vrouwen over seksuele intimidatie met de hashtag #metoo. Het is enerzijds niet verrassend en dan toch weer wel. Niet verrassend omdat je enigszins wereldvreemd moet zijn om te denken dat er geen probleem meer is. Toch verrassend omdat ik zelf de enorme omvang van het probleem toch telkens opnieuw onderschat. Wellicht omdat het probleem vaak geduid wordt met statistieken en die niet half zo hard aankomen als de verhalen die erachter verborgen blijven. Maar een deel van de verklaring ligt zeker in het feit dat ik als man nog steeds teveel niet zie. Ook dat is een onverdiend privilege: het niet te moeten zien.

Toch zijn er meer en meer mannen die bereid zijn om een poging te doen om het beest (en zichzelf in de spiegel) in de ogen te kijken. Voor hen, enkele tips, zodat ze ook de bokshandschoenen op kunnen nemen in de strijd tegen seksisme. Voor ik verder ga, even beginnen met een noodzakelijke disclaimer: ik beschouw mezelf niet als specialist in deze materie, maar ben zelf op zoek naar een taal om beter te begrijpen, een blik om meer te zien, en inspirerende handvaten om concreet aan de slag te gaan. Jezelf als mannen bevrijden van die patriarchale bril die anderen hun menselijkheid ontkent (en uiteindelijk ook die van jou), is een levenslang proces met veel vallen en moeizaam weer opstaan. Hieronder deel ik enkele lessen die ik tot op heden leerde en met wisselend succes probeer in mijn dagelijkse levenswandel te intregreren.

Vooraf: de patriarchale samenleving als bron van het probeem

Het patriarchaat kan worden omschreven als een economisch, politiek, cultureel en sociaal systeem dat niet-transgender mannen en ‘mannelijkheid’ privilegieert ten koste van vrouwen, transgender of niet-binaire personen (Catalyst Project). Binnen het patriarchaat gelden er strikte rolpatronen toegekend op basis van gender, gekoppeld aan een zeer binair denken. Dit wil zeggen dat je ofwel man bent wat betekent dat x van jou verwacht wordt ofwel een vrouw en dat betekent y. Het patriarchaat schuift ook heteroseksualiteit als norm naar voren en hangt sterk samen met andere uitsluitende sociale ordeningsmechanismen zoals ‘white supremacy’, kapitalisme en de (natie)staat. Samen staan deze instellingen in voor verknoopte vormen van elkaar versterkende onderdrukking voor de een en onverdiend privilege voor de ander.

Ook bell hooks benadrukt dat het patriarchaat een omvattend politiek-sociaal systeem is waarbinnen mannen een inherent dominante positie krijgen, die hen superieur maakt ten opzichte van alles en iedereen die in dat systeem als zwakker wordt beschouwd, in het bijzonder vrouwen en het vrouwelijke. Op basis van die superioriteit claimen mannen het recht om te domineren, gekoppeld aan verschillende vormen van psychologische terreur en geweld.

Harsha Walia voegt nog toe dat het patriarchaat in stand gehouden wordt door een genderspecifiek proces van socialisatie in alle domeinen van ons leven (scoiaal, economisch, ideologisch, cultureel, politiek en spiritueel), waarbij we geschoold worden om ons in te passen binnen het patriarchale denken.

Concreet kent het patriarchaat dus vele vertalingen en verschijningsvormen in de dagelijkse realiteit. Van een verschillende behandeling op de arbeidsmarkt tot een commerciële objectivering van het vrouwelijk lichaam in functie van een bepaald mannelijk gepercipieerd ‘ideaalbeeld’ (lees: lustobject). Maar een heel concreet resultaat zijn ook de talloze vormen van micro-agressie waarbij vrouwen, al dan niet bewust en variërend van zeer subtiel tot agressief, seksueel geïntimideerd worden.

Tip 1: School jezelf bij!

book-bell-hooks-the-will-to-changeNee, sociale verandering is niet vanzelfsprekend. Seksisme en patriarchaal denken zit diep ingebakken in al onze structuren, in onze cultuur en – willen of niet – in ons eigen denken. Dat je jou soms hulpeloos voelt als je daarmee geconfronteerd wordt, ook als man, mag dan ook niet verbazen. Geloof me, en ik spreek hier ook uit eigen ervaring, goed bedoelende mannen maken ook fouten. Soms keer op keer opnieuw. En zonder het te snappen. En dan verwacht je, als je effectief je gedragspatronen wil veranderen, ook een uitleg, een helpende hand. Maar is het echt de verantwoordelijkheid van vrouwen of niet-binaire personen, die dagelijks met de negatieve en kwetsende gevolgen van de genderongelijkheid geconfronteerd worden om ons elke keer opnieuw te doen begrijpen wat aan de hand is? Dat is een onredelijke en onnodige verwachting.

Onnodig omdat er andere manieren zijn om de nodige inzichten te verwerven. Lees het werk van schrijfsters als bell hooks, Anja Meulenbelt of Audre Lorde. Blijf op de hoogte van het werk van feministische organisaties als Furia, of neem een kijkje op blogs als Everyday Feminism en The Feminist Wire. Wat leer je daar over de samenleving, over genderverhoudingen en eventueel ook over jezelf? Evalueer jezelf kritisch. Neem de tijd om kritiek binnen te laten komen en hou daarbij steeds de volgende tip in het achterhoofd.

Tip 2: Leer de defensieve positie verlaten

Ouch! Je bent blijkbaar weer in de val getrapt en wordt verweten iets seksistische te hebben gedaan of gezegd. Maar is dat wel zo of is dit gewoon een manier om je voor blok te zetten? Komt die gedachte je bekend voor? Oké, tijd om even het schild te laten zakken en te kijken of je iets uit de kritiek kan leren om te groeien als bondgenoot én mens.

De tweede tip is moeilijker in praktijk te brengen, dan op het eerste zicht lijkt. Wanneer iemand je aanspreekt op ongepast gedrag, neem je dat vaak heel persoonlijk. De eerste reactie is er dan een van minimalisering, onnodige nuancering of zelfs het omkeren van de rollen en verantwoordelijkheid. Het helpt om te aanvaarden dat je nu eenmaal niet anders kan dan fouten maken. En dat jij niet gelijk staat aan je gedrag. Je hoeft niet je hele persoon te veranderen om je eigen gedrag onder de loep te nemen en eventueel bij te sturen.

In ‘Going to places that scare us’ gunt de Amerikaanse activist en organizer Chris Crass ons een blik op zijn persoonlijke traject van een zeer defensieve houding (‘ik ben een anarchist, ik kan onmogelijk seksistisch zijn!’) naar een pro-actief zoeken naar een weg vooruit. Het is een moedige en hoopgevende getuigenis die mij alvast inspireert om ook op zoek te gaan. Want ook in mijn eigen werk en organisatie bots ik op genderdynamieken. Ook daar moet ik de strijd aanbinden met blinde vlekken, voor ik in staat ben om echt plaats te ruimen en mijn eigen gedrag consequent bij te sturen op basis van de gelijkwaardigheidswaarden die ik claim na te streven.

En misschien nog even dit: neem de verhalen en gevoelens die achter kritiek schuilgaan ook echt serieus. Het kan best zijn dat je intentie niet slecht was, maar als je iemand ongemakkelijk liet voelen of opzij duwde, dan zijn de gevolgen wel reëel.

Tip 3: Laat seksistisch gedrag niet zomaar passeren

We hebben het allemaal al gezien: ongepast gedrag. Of het nu gaat om subtiele vormen van ongewenst gedrag of meer agressieve daden, vaak zijn er ooggetuigen die ofwel ongemakkelijk draaien of zelfs helemaal doen alsof ze niets gezien hebben. Vaak is de tijd om te beslissen (kom ik tussen of niet? en hoe?) zeer beperkt en er lijkt ook niet altijd een goede optie. Dat er weinig plaatsen zijn waar we als man leren (hallo, onderwijswereld?) hoe een effectieve medestander van vrouwen tegenover seksisme te zijn, maakt het er niet makkelijker op. Maar als je in zo’n situatie bent, dan is de algemene stelregel meestal wel dat iets doen steeds beter is dan niets doen. Misschien was je interventie in dat geval niet perfect, maar het was er wel een.

Forumtheater over bondgenootschap

Forumtheater over bondgenootschap

Heb je toch niets gedaan, blijf dan niet steken in schuldgevoel. Daar heeft niemand wat bij te winnen. Stel jezelf de vraag wat je volgende keer kan doen in een gelijkaardige situatie. Bedenk je opties voor verschillende contexten. Win advies in bij anderen of, zoals we in sommige van onze workshops doen, creëer een context waar je op basis van rollenspelen of forumtheater in een veilige omgeving alternatieve strategieën kan uitproberen. Op die manier win je aan zelfvertrouwen en concrete opties om de volgende keer wel tussenbeide te komen. Want jammer genoeg zullen er nog lang teveel opportuniteiten zijn om als bondgenoot te reageren.

Tip 4: Start of vervoeg een mannengroep (een anti-seksistische wel te verstaan!)

Je kan natuurlijk op jezelf leren en proberen je gedrag bij te sturen, maar de kracht van werken in groepen waar je elkaar kritisch kan bevragen én constructief ondersteunen is van onschatbare waarde. Zoals eerder geschreven is het niet de verantwoordelijkheid van vrouwen om ons aan te leren wat seksisme is. Soms zullen ze toch de generositeit opbrengen om ons nieuwe inzichten te geven, maar verwacht het niet. Als man kan je wel ten rade gaan bij andere mannen. Welke ervaringen hebben zij? Welke drempels moeten ze over? Wat werkte wel of niet?

In een mannengroep kan je zelf een veilige omgeving creëren om jezelf kwetsbaar op te stellen of net moedig te zijn. Het kan een springplank zijn om zowel samen als individueel meer solidair uit de hoek te komen. Maar blijf jezelf wel de vraag stellen: klopt ons vertrekpunt nog steeds? Zijn we nog steeds bezig met anti-seksisme en zijn we waakzaam over het reproduceren van patriarchaal denken binnen onze groep? Binnen dit soort groep kan je praten, maar ook andere activiteiten organiseren zoals een leesgroep of de eerder vermelde rollenspelen.

Tip 5: Maak fouten!

Zoals Ricardo Levins Morales, een Puerto Ricaanse kunstenaar en activist, zegt over de vergelijkbare pogingen van witte mensen om solidair te zijn met gekleurde mensen: sommige dingen kan je niet goed genoeg doen, maar je krijgt wel de kans om ze te doen. Laat je dus niet ontmoedigen. Geef niet op en besef dat je niet steeds de misschien verhoopte dankbaarheid zal oogsten voor je pogingen. Uiteindelijk gaat je inzet om iets veel belangrijker dan als bondgenoot erkenning krijgen. Zoals Beckett het eens formuleerde: “Probeer en faal. Het maakt niet uit. Probeer opnieuw en faal opnieuw. Maar faal beter!”

Tip 6: Breng de knooppunten in kaart!

Tot slot een tip waar we allemaal wat aan hebben. Want deze tip geldt ook voor witte vrouwen, maar uiteraard niet omdat ik die geef. Probeer iets complex nooit te simplificeren, waarschuwt Arundhati Roy ons. Oké, dat is vast niet de boodschap waarop je zat te wachten. Maar als je tot hier bent gekomen, dan wil je vast ook geen half werk doen. Uit de hogerop aangehaalde definities blijkt duidelijk hoe het patriarchaat niet los gezien kan worden van andere vormen van onderdrukking, bijvoorbeeld op basis van ethniciteit, gezondheid of klasse. Zo is de manier waarop een zwarte, lesbische vrouw met een beperking geconfronteerd wordt met seksisme, versterkt door andere breuklijnen, vaak fundamenteel verschillend van die waarmee een witte, hetero vrouw zonder die beperking te maken krijgt. (Wie trouwens meer wil weten over het snijpunt tussen gender en ethniciteit is bij Ella vzw aan het juiste adres.)

Die vaststelling impliceert noch een hiërarchie aan vormen van onderdrukking, noch een oproep tot een Olympische Spelen van onderdrukking. Maar het is opnieuw een reëel verschil, waar we te vaak blind voor zijn. Kunnen we in onze denkoefening en praktijk proberen om die complexiteit mee te nemen op een manier die ons in staat stelt om bondgenoot of medeplichtige in meer dan één strijd te zijn? Daarom een warme oproep: als je dan toch bezig bent om de ketens van het partriarchale denken van je af te gooien, doe dan meteen aan kruispuntdenken en verbind die verschillende strijden!

Minder patriarchaat is ook gezond voor mannen!

Anti-seksistische actie door mannen gaat niet over altruïsme of liefdadigheid, maar wel over solidariteit. Die solidariteit vertrekt bij de realisatie dat de patriarchale cultuur onze eigen groei en zelfontplooiing als man even goed in de weg staat. De opgelegde verwachtingen en patronen schaden je als man ook in je eigen ontwikkeling tot autonoom individu. Een gezondere genderverhouding en de vrijheid van ieder om daarin zonder (ver)oordelen een eigen weg uit te stippelen kan alleen maar bijdragen tot gezondere relaties, meer evenwicht en een toenemend persoonlijk welzijn.

Postscript (a.k.a. tip 7): De revolutie begint aan het thuisfront

iww-revolution-beginsAf en toe eens in de spiegel kijken kan geen kwaad. In plaats van deze tekst te schrijven, had ik ook kunnen kiezen om wat van de aanmodderende taken en verantwoordelijkheden in de eigen huislijke sfeer op te nemen. Terecht word ik af en toe gewezen op het onevenwicht in ’emotional labor’ dat aanwezig is in veel heteroseksuele relaties. Ook ik kan niet ontsnappen aan de vaststelling dat dit bij ons thuis niet anders is. Misschien is de impact van het patriarchaat en de rolpatronen die we daarin toebedeeld krijgen wel nergens zo hard te voelen als in onze relaties. In het zeer onwaarschijnlijke geval dat je binnen je werk of schoolse context op geen enkele manier met vrouwen of niet-binaire personen in aanraking komt, zal je er sowieso wel in je familie hebben. Dus is er geen enkele excuus voor mannen die met dit thema willen aan de slag gaan. Als je ergens wil beginnen, begin dan klein! Maar vergeet vooral niet te beginnen.