Tomorrowsucks

Deze opiniebijdrage van sociaal laborant Pieter Baets werd oorspronkelijk gepubliceerd op De Wereld Morgen op 30 juli 2015. Hassan zit nog steeds opgesloten in Brugge en steun blijft welkom. (update: Hassan werd ondertussen na druk van de media vrij gelaten)

Tomorrowsucks

Na een jaar lang allerlei berichtgeving door mijn strot geduwd te krijgen over Tomorrowland, is het nu wel welletjes geweest. Afgelopen weekend zag ik in de media beelden verschijnen van allemaal mensen met een big smile op hun gezicht. Het leven is blijkbaar super mooi, fantastisch zelfs! Als je deze beelden van Tomorrowland mag geloven, leven we allemaal samen in het paradijs…

Niets is minder waar. Deze morgen heb ik bij het ontbijt de beats van David Guetta opgezet. Niet om blij rond te huppelen in huis maar om mijn woede, verdriet en frustraties te verdoezelen en een plaats te geven. Twee weken geleden werd onze jonge vriend aan huis, Hassan, opgepakt op zijn werk en overgebracht naar het ‘Centrum voor illegalen Brugge’. De naam van dit centrum windt er duidelijk geen doekjes om. Het is een gesloten centrum en het is voor wezens die niet legaal zijn. Illegalen klinkt zo bureaucratisch, maar helemaal to the point. Zeg vooral niet ‘mensen met een beperking’ voor ‘gehandicapten’, of ‘mensen zonder geldig verblijf’ voor ‘illegalen’. Nee, in Brugge zijn ze duidelijk niet op zoek naar het paradijs. Althans niet voor deze mensen.

165 vliegtuigen werden ingezet voor Tomorrowland. Ze kwamen van overal ter wereld om hier samen met de Belgen met die big smile rond te lopen in het ‘paradijs’. Het paradijs is duidelijk niet voor iedereen op deze planeet. Terwijl afgelopen zaterdag duizenden mensen samen peace, love and unity vierden (en er ook voor betaalden) op Tomorrowland, werden 1200 mensen gered in de Middelandse Zee. Mensen die zich duidelijk geen ticket noch visa naar Tomorrowland konden veroorloven, anders waren ze wel op die manier Europa binnengekomen.

Een festival van dergelijke orde, zoals Tomorrowland, is nooit gezien in het verleden. Het staat symbool voor een alsmaar meer geglobaliseerde wereld, een geglobaliseerde wereld voor de Haves uiteraard. Een wereld waarin de Haves, van welke nationaliteit dan ook (ja ook Brazilianen, Indiërs of Zuid-Afrikanen), overal naartoe kunnen reizen en overal kansen krijgen om hun leven verder uit te bouwen. Dit veelal ten koste van de Have Nots. De Have Nots moeten het doen met de status van ‘illegaal’ als ze nog maar een voet buiten de eigen landsgrenzen zetten.

Op die bewuste voormiddag ontving ik een smsje van Hassan waarin hij vertelde dat hij op het politiekantoor zat. Om 13u werd ik gebeld, hij zou binnen tien minuten aan onze deur staan om wat gerief op te halen. Tien minuten later kwamen inderdaad twee agenten samen met Hassan zonder schroom binnengewandeld in ons huis. Onmiddellijk gingen ze met hem naar boven waar nog gerief van Hassan lag. Hassan moest wat kleren bijeen verzamelen, hij kreeg er letterlijk maar vijf minuten voor en was nog half geboeid. ‘’Opdracht van Dienst Vreemdelingenzaken’’, vertelden de politieagenten, ‘’en hij gaat naar Brugge’’,  kreeg ik te horen, pas nadat ik er naar vroeg. Ik kreeg een halve minuut de tijd om hem misschien wel voor de laatste keer te knuffelen. Ontredderd gaf ik hem een beeldje van een mediterende mystieke moslimmonnik die op de schouw stond, als uitdrukking van onze vriendschap en liefde voor hem.

Vreemde opdracht heeft de Dienst Vreemdelingenzaken in onze samenleving. Deze organisatie wordt ondersteund door de overheid. Ze heeft blijkbaar zodanig veel macht, dat ze onze politie de opdracht kan geven om iemand op te pakken. Zonder dat die persoon een ogenschijnlijk misdrijf heeft gepleegd. Of wel? De persoon heeft geen verblijfsstatus, en binnen het kader van de huidige wetgeving, is dat blijkbaar al een misdrijf op zich. Of de persoon nu werkt of niet, naar school gaat of niet, onze taal spreekt of niet, mogelijks gevaar loopt in eigen land of niet, gezond is of niet, verantwoordelijk genoeg is of niet of er nu veel of weinig mensen van deze persoon houden. Het doet er allemaal niet toe blijkbaar. Voor Dienst Vreemdelingenzaken zijn mensen nummers, het zijn inderdaad illegalen. Illegale wezens waar we best zo snel mogelijk vanaf geraken want ze zouden weleens onze roes in het paradijs kunnen verstoren…

Hoog tijd dat we als kritische wereldburgers samen aan een zeil trekken en de mensonwaardige praktijken om onschuldige mensen zonder verblijfsstatus op te sluiten een halt toe te roepen. Want ook jouw geliefde, vriend, collega of klasgenoot kan morgen op die manier slachtoffer worden van een repressief en inhumaan beleid. Wat zou jij doen Theo Francken als je dochter morgen thuiskomt met een illegaal lief dat overmorgen wordt opgesloten in Steenokkerzeel?  

Deze opinietekst werd geschreven naar aanleiding van de mensonwaardige en beschamende opsluiting van onze vriend, collega, huisgenoot, klasgenoot, vrijwilliger Hassan. Momenteel zit Hassan nog steeds vast in de wat wij een gevangenis noemen: het gesloten ‘Centrum voor illegalen Brugge’. Hij is 19 jaar oud. Wie Hassan wil steunen kan dat via deze steunrekening: BE19 8907 3419 1112

Pieter Baets – Sociaal Laborant bij LABO vzw

Een andere weg inslaan: angst en haat voor hoop en solidariteit inruilen

Is ruimte voor nuance mogelijk zo kort na bruut geweld? Kunnen we angst en haat overwinnen? Durven we kiezen voor hoop in donkere tijden? Jeroen Robbe, sociaal laborant bij LABO vzw, reflecteert over de aanslag op Charlie Hebdo en de massale reacties hierop.

Wikken en wegen: op zoek naar een breder perspectief

Sectarianism, fed by fanaticism, is always castrating. Radicalization, nourished by a critical spirit, is always creative. Sectarianism mythicizes and thereby alienates; radicalization criticizes and thereby liberates. (Paulo Freire, Pedagogy of the Oppressed)

De laffe aanslag gericht tegen medewerkers van het Franse blad Charlie Hebdo lokte terecht heel wat verontwaardiging uit. Verontwaardiging, verdriet, woede… Het zijn normale reacties. Jammer genoeg zijn er ook veel misplaatste reacties en getuigt de heisa ook van een verontrustende selectieve verontwaardiging.

Selectief omdat we ons nu allemaal getroffen voelen, terwijl we vaak blind zijn voor even blind geweld elders in de wereld. Ook daar worden artiesten en journalisten bedreigd en gedood. Ook daar wordt de vrijheid van meningsuiting met de voeten getreden. Vele onschuldigen, jong en oud, wordt iedere menselijke waardigheid ontzegd. Het lijkt soms alsof we willen zeggen: wat daar in de wereld gebeurt is wel erg, maar zo is het nu eenmaal. Tot het geweld de zee oversteekt en in hartje West-Europa toeslaat in een aanval op 'onze' democratie en 'onze' vrije meningsuiting. Mag onze verontwaardiging voortaan alsjeblieft wat universeler? Een meer solidaire opstelling ten aanzien van wie elders getroffen wordt door geweld, zou de geloofwaardigheid van ons streven naar democratie en vrije meningsuiting alleen maar ten goede komen.

Wat de feiten van vorige week betreft, laat ons die benoemen zoals ze zijn: het gaat hier om sectair geweld. Dit heeft niets met de islam te maken en ook niets met een gezond radicalisme waarin een dominante kijk op de wereld kritisch in vraag wordt gesteld. Want laat ons wel wezen, voor een gezond radicalisme moet plaats zijn in deze wereld – zeker als je pleit voor vrijheid van meningsuiting. Wie het ontwikkelen van radicale ideeën verbiedt, vernietigt daarmee ook elke droom van een andere wereld.

"Waarom?" – Proberen verklaren zonder goed te praten

Dat radicaal in vraag stellen van de wereld, dat impliceert ook dat we na een eerst golf van emoties moeten proberen begrijpen wat er is gebeurd. Dat we op zoek moeten naar verklaringen voor hoe iets onbegrijpelijks als de aanslag tegen Charlie Hebdo kon gebeuren. Het is natuurlijk gemakkelijk om de daders van sectair geweld als monsters te zien. Maar zou het niet zinvol zijn om stil te staan bij de vraag hoe en waarom mensen zo vervreemd raken van een samenleving dat ieder moreel besef sneuvelt en blind geweld alles is wat hen rest?

Geen enkele verklaring is een rechtvaardigingsgrond. Dat is duidelijk. Maar de realiteit veranderen, kan je enkel door haar te proberen begrijpen. Niet door de andere kant op te kijken. Vandaag is een toenemende polarisering (van twee kanten) een realiteit. En meer polarisering, leidt tot meer sectair denken. Paulo Freire leerde me moeilijke vragen te stellen. Door de 'waarom'-vraag toe te laten, wapenen we onszelf tegen sectair denken.

HOPE2_400 (fragment)Het is niet de hoop die doodt, maar wanhoop en angst. Die vinden hun oorsprong vaak in onderdrukking.

  Afbeelding van Pete Yahnke Railand (Just Seeds Collective).

Want uiteindelijk is het niet de liefde die doodt, maar de haat. Het is niet de hoop of het geloof die doodt, maar wanhoop en angst. Het is onderdrukking, niet bevrijding. Het zijn geen radicalen die doden, maar sectairen. Verblind door haat, angst, wanhoop. Veel wanhoop en angst vinden hun oorsprong in onderdrukking. En op die manier lokt het ene geweld onrechtstreeks het andere uit. Radicale keuzes maken en onszelf in vraag stellen zal nodig zijn om die cyclus te doorbreken.

 

 

 

 

Het pad van de angst verlaten, durven kiezen voor hoop

The only real freedom is freedom from fear” (Aung San Suu Kyi)

Een kleine anekdote. Highlander was een vormingsinstelling die een kritische rol speelde in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Het was destijds één van de weinige plaatsen waar blanken en zwarten samen leerden, samen werkten, waar 'gemengde' vriendschappen ontstonden. Uiteraard had niet iedereen het op hen begrepen. Bezieler Myles Horton vertelde hoe in 1959 een groep gemaskerde mannen met zaklampen binnenviel en de aanwezigen bedreigde. De groep zong toen gemeenschappelijk 'We Shall Overcome'. De aanvallers schreeuwden dat ze moesten zwijgen en de lichten aansteken. Eén iemand uit de groep zei: “We're not afraid.” Wellicht vooral om zichzelf te overtuigen, maar het gevolg was dat de hele groep die zin ging zingen: “We are not afraid. We are not afraid!” Na die nacht had het protestlied een nieuwe strofe die nu nog steeds wereldwijd gezongen wordt.

We moeten onze menselijkheid bevestigen, zeker wanneer die door zoveel geweld wordt in vraag gesteld: “Ja, ik ben een mens van vlees en bloed. Als je mijn menselijkheid wil ontkennen door mij te doden, dan kan je dat. Maar ik weiger tot die dag mijn leven in angst te leven.” Dat bevestigen van de eigen en elkaars menselijkheid ten aanzien van elke vorm van onderdrukking en geweld is op zich een radicale daad.

We moeten het pad van het angst zaaien verlaten. Extra veiligheidsmaatregelen zullen weinig uithalen als we de fundamentele vragen blijven ontwijken. Wie gelooft in werkelijke bevrijding van onderdrukking en onrecht, streeft naar een humanisering van de mensheid. Dit wil zeggen naar meer ruimte voor menselijkheid – niet naar het vervangen van het ene onrecht door het andere. Het zijn monologen van machtsvertoon en het eigen grote gelijk die onderdrukking bestendigen, die ervoor zorgen dat stemmen niet gehoord worden. Een gebrek aan oprechte dialoog versterkt de vervreemding en zo het sectair denken. Ons krachtigste weerwoord is het versterken van dialoog.

Als we de menselijke waardigheid van miljarden medemensen op deze planeet blijven ontkennen, dan voeden we het sectair denken. Veraf, maar ook dichtbij. We leven in een superdiverse realiteit met uitzonderlijk grote en complexe uitdagingen. Deze crisis moet, net als andere crisissen, beantwoord worden door met en voor elkaar te zoeken naar wegen die opnieuw toekomstperspectief bieden. Daarom meer dan ooit: laat ons verbindend werken en zo kiemen voor hoop en solidariteit zaaien in plaats van te tekenen voor nog meer geweld.

Het broederlijke protest van de voorbije dagen mag ons hoopvol stemmen. Het bewijst dat we nog steeds om een aantal cruciale waarden geven. Alleen moeten we erover waken om met de juiste eisen en leuzen op straat te komen. Voor meer solidariteit, over grenzen en verschillen heen. Voor vrijheid en gelijkwaardigheid die niet begrensd is als 'van ons', maar die iedere dag meer en meer een grenzeloos en universeel gegeven wordt. En hiervoor optochten organiseren zal niet volstaan. We moeten zelf van onderop de kracht ontwikkelen om die hoop een stuk te realiseren. En als het ons menens is, dan zal het initiatief niet komen van de regeringsleider die gisteren nog voorop liepen, maar zullen jij en ik het moeten waar maken. Dat engagement zou op zich meer dan wat dan ook getuigen van een oprecht en gezond radicalisme waar ik voor wil tekenen. Een tegengif voor zowel het sectaire denken van de een, als de onverschilligheid van een ander. En als het even kan, willen we er dan meteen aan beginnen?

Bijdrage aan inspiratiedag Middenveld in Beweging

Deze tekst is gebaseerd op de commentaar door Jeroen Robbe (LABO vzw), aansluitend op het panelgesprek en de keynote sprekers. Het is geen woordelijke weergave, maar bevat wel de kernideeën van zijn commentaar.

“De crisis bestaat erin dat het oude aan het sterven is en het nieuwe niet kan geboren worden.” (Antonio Gramsci)

Deze voormiddag heeft reeds heel wat denkvoer opgeleverd in het licht van een zoektocht naar wegen die leiden tot een herpolitisering van het middenveld. Het is onmogelijk om in tien minuten alle waardevolle gedachten eer aan te doen, dus beperk ik mij tot het onderstrepen en illustreren van enkele krachtlijnen die ik zelf meeneem.

Een eerste uitdaging is een taalkundige uitdaging. Heel wat van 'onze woorden' zijn intussen gerecupereerd door het systeem en de huidige 'mainstream' of 'hegemonische' betekenis is niet langer de onze. Woorden als democratie, participatie, duurzaamheid, actief burgerschap… De manier waarop die woorden vandaag gedefinieerd worden is niet gelijk aan de emancipatorische – nog zo'n woord – vlag waaronder we ze zelf oorspronkelijk hanteerden.

We hebben dus nood aan klare taal, aan een nieuwe taal. We moeten een strijd aangaan om deze woorden terug te claimen. De invulling van woorden is nooit neutraal.

Uit het leven gegrepen anekdotes en verhalen illustreren soms wat anders theoretisch en abstract blijft. Onlangs sprak ik met een jeugdwelzijnswerker. Hij is jong, gedreven en komt uit de 'doelgroep'. Hij spreekt de taal van de gasten waarmee hij werkt én wil dat ze het maken in het leven. Als anderen – ouders, leerkrachten, leeftijdsgenoten – weinig geloof hechten in hun slaagkansen, dan stimuleert hij hen. Prachtig werk. Maar tezelfdertijd ziet hij het als zijn noodzakelijke opdracht om hen aan te zetten tot minder luiheid. Want als men ze 'domoor' noemt, dan is dat niets steeds zonder reden. Ze moeten maar harder werken! Lees: afhaken op school is dus een individuele keuze of verantwoordelijkheid, niet het gevolg van een ongelijke context die de een bevoordeelt en de ander discrimineert.

Welk zelfbeeld spreekt hier uit? Welk beeld van de doelgroep waar je mee aan de slag gaat? Ik vrees dat voor deze jonge jeugdwerker 'empowerment' verdacht hard met 'disciplinering' dreigt samen te vallen.

Een illustratie van het verwateren van woorden en begrippen die voor ons relevant zijn. Die jonge gast is ongetwijfeld niet alleen. Het verlies aan controle over relevante en betekenisvolle woordenschat is een symptoom van de depolitisering die we oogluikend hebben toegestaan. Ik ben ervan overtuigd dat 'empowerment', 'emancipatie' en 'participatie' kernwoorden zijn in de missie en visie van vele organisaties vandaag aanwezig. Maar wie durft zijn hand in het vuur te steken voor de praktische interpretatie van deze woorden door alle medewerkers? Naast een externe politisering is dus ook een interne politisering nodig.

Heel wat van 'onze woorden' zijn intussen gerecupereerd door het systeem en de huidige 'mainstream' of 'hegemonische' betekenis is niet langer de emancipatorische die we zelf voor ogen hadden.

Misschien is een nuttige oefening het schrijven van een eigen woordenboek waarin we belangrijke begrippen opnieuw vanuit een gepolitiseerde interpretatie gaan omschrijven om ze vervolgens ook op die manier te gaan hanteren in ons werk. Een gelijkaardige oefening werd elders bijvoorbeeld gedaan door de Just Associates die een woordenboek schreven voor 'feministische bewegingsbouwers'. Een woordenboek dat de nodige theoretische en ideologische handvatten biedt om vanuit een beter onderbouwde visie aan de slag te gaan.

Die interne politisering waarvan sprake is, heeft veel te maken met onszelf blijvend kritisch in vraag te stellen. “Wandelend stellen we onszelf vragen,” vertelde subcomandante Marcos van de Zapatistas indianen. Die vragen komen dus onderweg. Vaak hebben ze te maken met positie kiezen: wat gebeurt hier? Waarom? In wiens belang? Politisering gaat immers ook over standpunt innemen. Ik moet spontaan terugdenken aan een krachtig standpunt dat Paulo Freire tijdens een interview innam:

“Ik denk dat we met een bezonnen, alert en ontwaken bewustzijn een positie van verontwaardiging kunnen innemen. We zouden verontwaardigd moeten worden, maar niet verontwaardigd omwille van de sloppenwijkbewoner die een moord pleegt, maar verontwaardigd over de historische, politieke, sociale en economische situatie die de kans creëert dat ik vermoord wordt door die onfortuinlijke persoon.”

Wat betekent dit als we deze gedachte verplaatsen naar onze context, naar het België anno 2014?

Moeten we verontwaardigd zijn omwille van de aardappelactivisten, veldbevrijders, die ggo aardappelen uittrekken in een veld in Wetteren of moeten we vooral verontwaardigd zijn omwille van de historische, politieke, sociale en economische situatie die er voor zorgt dat deze activisten op geen enkele andere manier het debat kunnen aangaan zonder compleet genegeerd en opzij geschoven te worden.

Moeten we verontwaardigd zijn omwille van enkele dokwerkers die op een betoging met stenen smijten of moeten we vooral verontwaardigd zijn over het feit dat een groep arbeiders geen enkele politieke vertaling meer vindt van haar verzuchtingen? Verontwaardigd omwille van opnieuw die historische, politieke, sociale en economische context die de situatie creëert waarin de kans bestaat dat somige dokwerkers, zelf verontwaardigd, enkel nog met stenen kunnen smijten.

En ga zo maar door. Naar waar richten we onze blik van verontwaardiging? Dat is een centrale vraag telkens we positie innemen.

Een andere uitdaging die vandaag zeer duidelijk wordt, is het leggen van linken tussen verschillende actoren in het middenveld, in het bijzonder tussen meer grassroots en uitgesproken activistische groepen en meer gevestigde organisaties. Dit op basis van affiniteit, gedeelde visie en dromen. Dit is noodzakelijk omdat we veel van elkaar te leren hebben.

Het water zal soms diep zijn, want niet alleen de organisatiestructuur maar ook de organisatiecultuur is vaak zeer verschillend bij beide groepen. Maar grassroots activisten hebben onmiskenbaar baat bij het netwerk, de knowhow en de ervaring van meer formele organisaties. Op voorwaarde dat die laatste bereid zijn te delen. Anderzijds kunnen grotere organisaties, onvermijdelijk vertraagd door de structuur die hen in stand houdt, leren van de creativiteit, durf en beweeglijkheid van jonge, dynamische actiegroepen.

Bovendien kunnen grassroots actiegroepen ons politiek blijven uitdagen en scherp houden. Want het gevaar op recuperatie loert constant om de hoek. Enige tijd terug ontdekte ik een zeer relevant boek dat in de VS verschenen is over wat ze 'het non-profit industrial complex' noemen. Uiteraard is het ook gekleurd door de lokale context, maar toch lijken de uitdagingen die in het boek geschetst worden ook voor ons zeer relevant. In 'The revolution will not be funded. Beyond the non-profit industrial complex' kijken auteurs uit verschillende organisaties in eigen boezem. Op een gegeven ogenblik kwamen ze tot de pijnlijke vaststelling dat ze niet langer hun eigen agenda's, maar wel die van anderen uitvoerden. Ze gingen niet meer aan de slag waar dat het hardste nodig was, maar wel daar waar er middelen te vinden waren. Focus was niet meer op de concrete noden, maar wel op die thema's en programma's die 'subsidieerbaar' zijn. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt? Hoe kunnen we ons hiertegen wapenen?

Een ander begrip dat deze voormiddag meermaals opnieuw boven kwam drijven is 'ongehoorzaamheid'. Er is in de huidige politieke context opnieuw nood aan ongehoorzaamheid. Ook hier is samenwerking tussen verschillende types van organisaties en bewegingen wellicht wenselijk. Sommige organisaties zit 'burgerlijk ongehoorzaam zijn' meer in het DNA dan andere. En dat is oké. De ene organisatie kan de grenzen van het debat verleggen en de andere kan die bijkomende handelingsruimte dan mee gaan bezetten. Maar mogen we als een absoluut minimum engagement in deze samenwerking dan toch een uitgesproken solidariteit verwachten? Want we moeten ons geen illusies maken: wanneer verzet effectief is, volgt repressie al snel. Gandhi omschreef de fases in een campagne ooit eens als volgt: eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, vervolgens bekampen ze jou en pas dan win je. Voor de duidelijkheid: wat dat laatste betreft kan ik je geen garanties bieden. Maar feit is wel dat een gepolitiseerde beweging die daadwerkelijk verandering nastreeft met een stijgende impact altijd een stijgende repressie vanuit het systeem zal ervaren. Dan ontstaat vaak een spelletje verdeel en heers, waarbij er 'goede' en 'slechte' activisten zijn. Zullen we dan massaal de andere kant opkijken of zullen een solidaire lans breken voor die groepen die met hun ongehoorzaamheid het pad hebben geëffend voor reële verandering?

Als verzet effectief is, volgt repressie al snel.Daarom is solidariteit is een minimumvoorwaarde voor samenwerking.

Tot slot wil ik nog even een lans breken voor verbeeldingskracht. Als we ergens nood aan hebben, dan is het aan radicale verbeeldingskracht. Een radicale verbeeldingskracht die ons opnieuw doet geloven in niet één, maar vele alternatieven te verbeelden. Want Thatcher haar 'TINA' (There is No Alternative) heeft ook ons te hard in de greep gehad. We moeten ons opnieuw een andere wereld verbeelden. Verbeeldingskracht die ons in staat stelt buiten de bestaande kaders te denken. Verbeeldingskracht als de creatieve dimensie van een groeiende tegenbeweging. Verbeeldingskracht die een motor is waardoor we omschakelen van defensief naar offensief en weer proactief verandering nastreven, stap per stap. Eduardo Galeano gebruikte volgende metafoor:

“De utopia is aan de horizon. Telkens ik twee stappen nader kom, dan wijkt ze ook een stap of twee. Zet ik tien stappen, dan is ze zo ook weer tien stappen verder weg. Het maakt niet uit hoe ver ik ga, ik kan haar nooit bereiken. Waar dient ze dan voor, dat Utopia? Ze dient hiervoor: ze doet je vooruit wandelen!”

Jeroen Robbe is medeoprichter en 'sociaal laborant' bij LABO vzw. LABO vzw is een sociaal laboratorium gespecialiseerd in theater van de onderdrukten, emancipatorische educatie (gebaseerd op Paulo Freire) en ondersteuning van strategische processen en bewegingsopbouw. De organisatie streeft naar kritisch (wereld)burgerschap als motor voor sociale verandering. Lees meer over Middenveld in Beweging.

Freire herontdekken (1) – Voorbij de neutraliteit

Heb je een mening? Hou die dan liever voor jezelf, want hier is men neutraal. Er zijn van die plaatsen waar niets zo hoog in het vaandel wordt gedragen als een streven naar neutraliteit. Of dat willen ze je toch doen geloven. Twee belangrijke instituten die soms de indruk willen wekken een bastion van neutraliteit te zijn, nemen we hier onder de loep: het onderwijs en de media.

 

 

Van tijd tot tijd hoor ik verhalen van leerkrachten die worden teruggefloten omdat ze het neutraliteitsprincipe geschonden hebben. Of een andere onderwijzer vertelt net trots hoe hij navigeert tussen de scherpe thema's door, makkelijkheidshalve schermend met de noodzaak tot neutraliteit.

 

Recent laaide de discussie over neutraliteit weer even op, omdat een leerkracht de eer aan zichzelf liet en uiteindelijk besliste een job niet te aanvaarden toen de directie hem liet weten dat hij zijn geaardheid beter voor zichzelf kon houden. “Hoe kan ik leerlingen leren ten alle tijde zichzelf te zijn als ik het zelf niet mag?”, vroeg hij zich af. De directeur-generaal van het openbaar onderwijs in Brussel dient van repliek: “Het is een vorm van neutraliteit om daar niets over te zeggen.”

 

Als je het mij vraagt is neutraal onderwijs onmogelijk. En als het al mogelijk was, dan was het onwenselijk. Beide claims wil ik illustreren door terug te grijpen naar een Braziliaanse pedagoog, Paulo Freire, die zelf een lans brak voor een onderwijs dat alles behalve neutraal was.

education for critical consciousness_freire

In Education for Critical Consciousness schrijft Freire dat “onderwijs nooit neutraal kan zijn.” Want, zo stelt hij: “Zij die praten van neutraliteit zijn exact diegene die vrezen om het recht te verliezen die neutraliteit in te roepen in hun eigen voordeel.” Een onderwijzer moet keuzes kunnen maken van Freire, maar mag die niet opleggen.

 

Het schijnbaar politiek correcte denken rond neutraliteit verbergt nauwelijks hoe onder dat dunne laagje neutraliteitsretoriek onmiskenbaar de dominante waarden schuilgaan. Dat mag op zich niet verbazen, want het moderne (formele) onderwijs is sinds haar ontstaan altijd al een van de belangrijkste instrumenten geweest om de waarden van het systeem over te planten van generatie op generatie.

 

In Freire's meest bekende werk (Pedagogie van de Onderdrukten) klinkt het nog scherper:

“Er bestaat niet zoiets als een neutrale onderwijspraktijk. Onderwijs functioneert ofwel als een instrument dat de integratie van de jongere generatie in de logica van het huidige systeem makkelijker maakt, of het wordt “een oefening in vrijheid”. Een middel dus waarmee mannen en vrouwen leren kritisch en creatief met de werkelijkheid om te springen en ontdekken hoe ze kunnen deelnemen aan de transformatie van hun eigen wereld.”

 

Er is duidelijk een spanningsveld tussen de aspiratie van de ene om via onderwijs studenten de eigen leefwereld en bredere maatschappij te laten transformeren en het streven van de ander naar integratie van studenten in het systeem zoals het is. De strijd tussen beide benaderingen is een ideologische strijd waarbij het soms hard tegen hard kan gaan. In die zin mogen de discussies in de VS over het gebruik van Howard Zinn zijn “A People's History of the United States” in de les geschiedenis niet verbazen. Een voormalige gouverneur van de staat Indiana probeerde het boek zelfs helemaal uit de les geschiedenis te bannen. Bijzonder aan Zinn's boek is dat het niet de geschiedenis vertelt van de presidenten, generaals en grote industriëlen maar wel van de gewone vrouw en man die steen voor steen het land heeft opgebouwd en hierbij soms in heftige strijd met de machtsinstellingen was verwikkeld.

 

Howard Zinn:

“Een van de dingen die ik wil doen is een nieuwe set van helden creëren. Mijn held is niet president Roosevelt, die een generaal feliciteerde na een slachtpartij op Filipijnse dorpelingen, maar Mark Twain die de slachtpartij verwierp en zich satirisch uitliet over het imperialisme.”

 

De voor de hand liggende kritiek op Zinn is dat hij als historicus niet neutraal was. Zelf betwiste hij dat eender welke historicus kon neutraal zijn. Een biografische documentaire over de man kreeg niet voor niets de titel “You can't be neutral on a moving train”. Howard Zinn was een uiterst degelijk historicus, maar uiteraard was hij niet neutraal. Is de keuze om in onze geschiedenislessen meer aandacht te besteden aan keizer Augustus (blijkbaar een groot voorbeeld van Bart De Wever) dan aan de Gracchus broeders of Spartacus wel neutraal? Ook dichter bij huis dringen keuzes zich op. We leren over talloze oorlogsverrichtingen in de eerste wereldoorlog maar krijgen de briljante pleidooien van dienstweigeraars uit die periode op school niet te zien. Geen enkele keuze voor leerstof is volstrekt waardenvrij. In die zin is neutraal onderwijs per definitie een illusie.

Claudius cartoon (artikel Freire)

Zelf mocht ik tijdens mijn universitaire opleiding in de politieke wetenschappen ervaren hoe het vak economie een welbepaalde invulling kreeg, volledig in de lijn van de neoklassieke economie. Alsof dat de enige wetenschappelijke benadering van economische organisatie is! Er bestaan altijd verschillende waarheden. Eén waarheid naar voor schuiven als de objectieve waarheid is gevaarlijk en altijd een ideologische keuze. Schermen met het begrip neutraliteit is evengoed een ideologische keuze. Kiezen om in de klas geen standpunt in te nemen, is kiezen voor het status quo.

 

Om terug te keren naar het voorbeeld waarmee dit stuk werd aangevat: als een leerkracht zijn of haar geaardheid niet mag uiten, dan betekent dat de facto de dominante geaardheid als norm handhaven. Dat heeft niets met neutraliteit te maken. De man in kwestie krijgt heel wat steun, maar sommige steunbetuigingen geven meteen ook aan dat hun auteurs niet willen of kunnen inzien dat dit een symptoom is van een breder probleem. Zij vinden het oké om je te uiten, net omdat het een onderdeel van je identiteit is en geen overtuiging. Dat terwijl de samenleving er wel bij zou varen als in het onderwijs zowel identiteit als overtuigingen meer aan bod konden komen.

 

Media en gekleurd taalgebruik – #TaalIsNietNeutraal

 

Ook taal was in de ogen van Freire nooit neutraal. In het tweede deel van deze bijdrage verschuiven we de aandacht even van de school naar dat andere belangrijke instituut in onze samenleving, de media. Ook de media claimen – columns en opiniestukken buiten beschouwing gelaten – vaak neutraliteit, maar kunnen ze die claim ook hard maken?

 

De voorbije jaren hebben we enkele mooie voorbeelden gezien die perfect illustreren op welke manier woordkeuze en taalgebruik in de media, al dan niet bewust, bijdraagt aan het bevestigen en verspreiden van hegemonische waarden in de samenleving. Taal maakt dan het onderwerp uit van een machtsstrijd waarbij de meerderheid (of bepaalde elite groepen die zich achter de illusie van een meerderheid verschuilen) wordt genormaliseerd en de dissidente stem gecriminaliseerd.

 

Dit fenomeen was zeer duidelijk in de dagen na de “patattenoorlog” in Wetteren. Activisten hebben toen een proefveld met GGO aardappelen gedeeltelijk vernietigd in wat een vooraf publiek aangekondigde actie van geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid was. Hoewel de actie publiek was, alle info bijgevolg bij de ordediensten bekend was en de activisten gedisciplineerd het veld benaderden, regende het verontwaardigde reacties en leek iedereen het erover eens dat er niet alleen vernielingen waren aangericht, maar dat ook geweld was gebruikt.

 

Het Algemeen Boerensyndicaat nam zelfs de woorden “terroristische daad” in de mond en had het ook over “heethoofden die (…) gebrainwashed zijn”. Marino Keulen sprak over “ecofundamentalisme” en Vlaams minister-president Kris Peeters vergat even de scheiding der machten toen hij al daags na het gebeuren opriep tot een vervolging voor bendevorming. In hun bijdrage voor het Nieuwsblad noemden journalisten Stef Telen en Peter Dirix de activisten van het Field Liberation Movement “de meest gehate groepering van het land”. Ze spraken van een “verwoestende raid”. Europees parlementslid voor Groen, Bart Staes, waagde het om eerstdaags na de actie begrip te tonen voor de activisten, maar werd meteen door Marleen Temmerman teruggefloten. Ze snoerde hem de mond, door niet weinig ironisch te stellen dat “het net de wetenschappers zijn die vragen om meer debat, maar dat de GGO tegenstanders het debat in de kiem smoren”. Ze spreekt overigens van “fundamentalisten”, “hooliganisme” en “herrieschoppers”.

 

Het is maar een bloemlezing van een stortvloed aan verwensingen en beledigingen die de activisten naar hun hoofd kregen. Even opvallend was hoe beweringen van tegenstanders zonder aanhalingstekens in de krant verschenen terwijl claims van de activisten (bijvoorbeeld over het geweldloze karakter van de actie) vaak tussen aanhalingstekens werden geplaatst. Op die manier maakten journalisten duidelijk welke stemmen ze als 'neutraal' en dus 'waar' beschouwden en welke twijfelachtige of misschien zelfs leugenachtige beweringen waren. De onkritische lezer kan in dat geval maar tot één conclusie komen en dat is diegene die in de media gepropagandeerd wordt: het gaat hier om gevaarlijke, hersenloze relschoppers!

 

Intussen is duidelijk dat de activisten op heel wat fronten wel steun krijgen en dat ze effectief een doodgebloed maar broodnodig debat weer aangezwengeld hebben. Maar zo kort na de actie was een afwijkende mening amper te bespeuren in de pers. Het is een mooi voorbeeld van wat Chomsky en Herman omschrijven als “manufacturing consent” door de media. In hun gelijknamige boek portretteren de auteurs de massamedia als propagandakanalen voor overheids- en industriële belangen. Machtsgroepen zijn sterk verbonden met de belangrijkste media en die organiseren verschillende filters om er zeker van te zijn dat de berichtgeving de dominante waarden bevestigt in plaats van ze in vraag te stellen. Op die manier wordt een illusie van consensus gecreëerd. Moet het ons in die optiek verbazen dat deze activisten nog steeds gerechtelijk vervolgd worden voor onder meer “criminele bendevorming”?

 

NingunSerHumanoEsIlegal

Een andere illustratie van ideologisch taalgebruik is het hardnekkig vasthouden aan het begrip 'illegaal' voor mensen zonder papieren in de media. Op 19 augustus stond in De Standaard opnieuw een verwijzing naar 'illegalen' bij het bericht dat een recordaantal 'illegalen' langs de E 40 was onderschept. Ombudsman van de krant, Tom Naegels, heeft nochtans reeds in 2011 geoordeeld dat het woord illegalen 'weg moet' omdat het woord overduidelijk negatief beladen is en sowieso een problematische categorie.

Maar het is journalisten blijkbaar te sterk en hardnekkig zie je het woord terugkomen. Een snelle zoekopdracht levert alleen al in de voorbije maand meerdere hits op in tal van Belgische nationale media. Toch blijft de term even problematisch als die altijd al is geweest. Het heeft een negatieve bijklank en ontmenselijkt de personen op wie het label gekleefd wordt. Een mens zonder papieren, daar kan je jou wat bij voorstellen. Maar hoe kan een mens illegaal zijn? Het is bijna letterlijk zeggen dat iemand geen bestaansrecht heeft. Enkel een kil en antisociaal bureaucratisch staatsdenken is tot dat soort conclusie in staat.

0181-25

 

Of wat te denken van de berichtgeving in de VS na de doortocht van de orkaan Katrina in New Orleans. Heel wat mensen waren door water van reguliere voedselvoorziening afgesneden, waarbij sommige media het durfden presteren om blanken voedsel te laten 'vinden', terwijl Afro-Amerikanen supermarkten 'plunderden' om aan voedsel te raken.

 

Een verdere analyse zal al snel nog veel meer woorden opleveren die duidelijk maken hoe gekleurd het taalgebruik in onze media is. En ook hoe hard dit taalgebruik mee evolueert met de dominante politieke tijdsgeest. De ene dag is de PKK een terroristische groepering, de andere dag levert de Syrische poot van de groepering, YPG, broodnodige bijstand voor Iraakse strijders die yezidische vluchtelingen proberen evacueren. Voor De Morgen is de PKK in haar berichtgeving over de yezidi's op 11 augustus 2014 een guerillagroep, terwijl het op 31 mei van hetzelfde jaar nog een terreurgroep was in een bericht over een PKK kantoor in Brussel.

 

Moeten we ons trouwens ook geen vragen stellen bij de discrepantie tussen de manier waarop media spreken over het recht op zelfverdediging van Israël versus de eisen van Hamas. Wie even inzoomt op de eisen van de Palestijnen, komt al snel tot de conclusie dat het meestal eigenlijk om vanzelfsprekende rechten gaat. Waarom benoemen we het een als een recht en het ander als een eis? Hoe is dat neutraal?

 

We zouden nog lang kunnen doorgaan, want voorbeelden zijn er genoeg. Maar mijn punt is hopelijk duidelijk: ook in de media is, net zoals in het onderwijs, geen sprake van neutraliteit. In beide gevallen verbergt de 'neutrale vlag' de dominante maar subjectieve visie op de realiteit. Die visie wordt vaak als legitiem, als de norm gezien, en dat is net waar het machtsgroepen die belang hebben bij een status quo om draait. Een hegemonische strijd gaat niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen. Als je een bepaald idee maar lang en vaak genoeg via voldoende betrouwbare kanalen, gaande van scholen tot 'kwaliteitsmedia', herhaalt dan wordt het vanzelf de norm. Dan zal de meerderheid dat idee ook internaliseren, zelfs als het indruist tegen eigen gevoel en persoonlijk belang.

 

Neutraliteit vergeten

Freire beschouwt onderwijs en massamedia in de geïndustrialiseerde landen in de eerste plaats als instrumenten in functie van het uitoenfenen van sociale controle. Op die manier manifesteert een groot deel van de onderdrukking zich hier op veel subtielere wijze dan in landen waar fysieke intimidatie en geweld nog dagelijkse kost zijn. Die brute repressie is hier, uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, niet noodzakelijk want minderheden hebben zich de dominante waarheden in belangrijke mate eigen gemaakt.

De eerder gemaakte vaststellingen over het krampachtig vasthouden aan een illusie van neutraliteit houden sterk verband met het concept post-politieke ruimte. We leven in zekere zin in een samenleving die in belangrijke mate gedepolitiseerd is. Het maatschappelijk debat wordt weg gedelegeerd naar beroepspolitici en ook op dat niveau worden veel problemen voorgesteld als puur technische problemen waar dus ook een technologische oplossing voor moet komen. Technologische oplossingen die volgens wetenschappelijke principes tot stand komen en dus per definitie neutraal zijn.

 

Wie het oneens is met die technologische oplossingen is in het beste geval onwetend, misschien wel onredelijk of zelfs gevaarlijk radicaal. Een echt politiek debat wordt op die manier in de kiem gesmoord. Het resultaat is een volledig gepacificeerde samenleving, waar geen ruimte meer is voor sociale strijd – en dus ook niet voor sociale verandering. Conflict vermijdend gedrag van de gevestigde orde, zo zou je het ook kunnen noemen.

 

Het woord conflict heeft ten onrechte een negatieve bijklank gekregen. Dat terwijl conflict een essentieel onderdeel is van een gezonde samenleving. En dus ook van een gezond onderwijs als we jongeren willen voorbereiden op een rol als volwaardige, kritische burgers in die samenleving. We moeten niet alles toedekken: laat ons maar van in de schoolbanken leren discussiëren en in de clinch gaan. Leren argumenten opbouwen, kritisch in overweging nemen, stellingen verdedigen en weer verlaten. Samen valse waarheden ontmaskeren of op zijn minst nuanceren. Om die zaken te stimuleren moeten we de neutraliteit opgeven en een sfeer creëren waarin dialogisch leren mogelijk is. Dit is noodzakelijk een kritische pedagogie waarin een taal van kritiek gekoppeld wordt aan een taal van mogelijkheden. De klas houdt dan op een steriele plaats van kennisoverdracht te zijn en wordt een school voor het leven.

 

Het is ook in dat soort sfeer dat we onze relatie tot de media kunnen herdefiniëren. Eén manier om dit te doen is via het krantentheater van Augusto Boal waar we bij LABO vzw ook mee aan de slag gaan. Via tal van technieken ontmaskeren we de 'neutraliteit' van berichtgeving en kunnen zo tot een beter en meer geïnformeerd inzicht komen. Het gaat daarbij niet om 'mediabashing', maar wel om nieuws in perspectief plaatsen. Dit door beweringen uit de media aan te vullen met andere mediaberichten en al dan niet direct gelinkte informatie. Als er niet één omvattende waarheid is, dan komen we via het proces van krantentheater opnieuw dichter bij een genuanceerde kijk. Dit door het weghalen van berichten uit het isolement van een krant waar ze gedecontextualiseerd en gefragmenteerd zijn en door ze vervolgens weer onderling te linken, ontleden en binnenstebuiten te keren.

 

Laat het bij deze duidelijk zijn: ik claim noch in deze blogpost, noch in eender welke andere bijdrage een neutrale positie in te nemen. Zoals Freire al stelde: “wie neutraal is in het conflict tussen de machtigen en de machtelozen, kiest de kans van de eersten.” Solidair zijn impliceert soms kant kiezen. Ik expliciteer waar ik voor sta, maar ik leg niets op. Dat is een fundamenteel verschil. Op basis van mijn stellingname kan je met mij het debat aan gaan en het eens of oneens zijn. Een onderwijs waarin ruimte wordt geschept voor dit soort kritisch debat zal een rijker onderwijs zijn dat jongeren voorbereidt op veel noodzakelijk maatschappelijk debat dat nog steeds te weinig gevoerd wordt.

 

Wie claimt neutraal te zijn heeft eigenlijk al voor één waarheid gekozen. En daaruit volgt dat wie claimt neutraal te zijn het debat sluit voor het begonnen is. Zo ontzeg je de ander het recht op een eigen, misschien wel afwijkende mening. Op die manier trek je met neutraliteit altijd en overal de kaart van het dominante systeem. En wat daar zou neutraal aan is, dat mag iemand me toch eens uitleggen.

 

In deze reeks wil sociaal laborant Jeroen Robbe stilstaan bij de actuele meerwaarde van het werk van Paulo Freire voor een emancipatorische pedagogische praktijk. Verschillende concepten en deelaspecten van het werk van Freire worden van onder het stof gehaald, geanalyseerd en waar nodig geactualiseerd. Het is een terugblik die ons in staat stelt om vooruit te kijken.

#WK14 – De Brazilianen in ons team

Het WK voetbal werd gisteren afgetrapt met een moeizame overwinning voor de Brazilianen. Hoe 'onze' Rode Duivels het zullen doen is nog even afwachten. Maar wij hebben alvast twee Brazilianen opgesteld in de spits van ons 'dream team'. Geen 'futbolistas', maar toch topschutters binnen hun eigen werkveld. Want Brazilië is natuurlijk zoveel meer dan carnaval, samba dansen en voetbal. Daarom stel ik hier graag kort even onze Braziliaanse sterren voor: Paulo Freire en Augusto Boal!

 

PF GrootPaulo Freire (1921-1997) was een Braziliaans pedagoog met een invloed die lang niet stopte aan de lands- of continentale grenzen. Hij wordt tot op heden door vriend en vijand erkent als een van de belangrijkste pedagogen van de 20ste eeuw. Freire was aanvankelijk verondersteld om jurist te worden. Maar toen hij in opdracht van een cliënt die schuldeiser was slecht nieuws moest overbrengen, bedankte hij voor de eer en besloot de toga over de haag te gooien.

 

Freire werkte zijn 'pedagogie van de onderdrukten' uit in de context van een voornamelijk ruraal ontwikkelingsland. Zijn grote verdienste zit in het ontwikkelen van een alfabetiseringsmethode die niet enkel gericht is op het leren lezen van het woord, maar ook op het leren lezen van de wereld.

 

Dit leren lezen van de wereld vertaalt zich in een participatieve pedagogische aanpak, waarbij het leven van de studenten als concrete leerstof wordt gebruikt. Die wereld wordt bevraagd, bediscussieerd, en geanalyseerd. Dit in een context die gekenmerkt werd door wat Freire omschreef als die van een mythisch bewustzijn, waarbij mensen die leven in een context van onderdrukking de werkelijkheid als onveranderbaar beschouwen en zichzelf bijgevolg eerder als object dan subject van de geschiedenis zien. Een kritische pedagogie stelt studenten in staat dit bewustzijn te overstijgen en met nieuwe ogen naar zichzelf en de wereld te kijken.

Het geïnstitutionaliseerde onderwijs bezondigt zich aan wat Freire omschrijft als 'banking education', waarbij leerlingen louter passieve 'ontvangers' zijn van kennis waarmee de leerkracht hen vult. Leren wordt in die context een doods, mechanisch herhalen. Gestandaardiseerde lessen worden tot in den treure herhaald en staan volledig los van de context en realiteit van de studenten.

Het alternatief van Freire vertrekt bij de concrete leefwereld van de studenten die deelnamen aan wat Freire culturele cirkels noemt. De leermethode was dialogisch: kennis ontstaat uit een dialoog tussen studenten en leraars en tussen studenten onderling. Deze dialoog maakt meteen ook komaf met de hiërarchie die bestaat in het klassieke onderwijs: de rollen van leerling en leraar zijn lopen door elkaar. Een leraar die niets bijleert, kan ook niets aanleren.

Centraal staat ook1975 - cover freire - negt115 (WinCE) de idee van een praxis, die bestaat uit het samengaan van actie en reflectie. Leren vertrekt niet alleen uit de realiteit, het moet ook uitvloeien in actie binnen die realiteit. Het doel: stimuleren van een proces van kritische bewustwording!

Zoals gezegd is Paulo Freire eerst en vooral actief geweest in een Derde Wereld context. Zijn ideeën hebben zich echter over de hele wereld verspreid en hebben een bepalende invloed gehad op het ontwikkelen van een kritische pedagogie met als bekende namen onder meer Henry Giroux, bell hooks en Peter McLaren. Binnenkort start ik op mijn blog met een reeks “Freire herontdekken”, dus hou deze blog zeker in de gaten als je nader kennis wil maken met het denken van de man.

 

Naast Freire hebben we in onze ploeg met Augusto Boal (1931-2009) nog een tweede Braziliaan. Boal was theatermaker en activist. Hij was sterk beïnvloed door Freire, die hij bij diens overlijden in een essay zelfs als 'mijn laatste vader' omschreef. Het mag dan ook niet verwonderen dat hij zijn verzamelde arsenaal 'theater van de onderdrukten' noemde, een duidelijke verwijzing en eerbetoon aan zijn landgenoot.

Het vroege theater van Boal was duidelijk reeds van politiek engagement doordrongen. Het was in vele opzichten echter klassieke agitprop, waarbij het theatergezelschap een oproep tot politiek handelen doet, zonder zelf de consequenties van dat handelen te ondergaan. Het door Boal zelf gepopulariseerde voorbeeld is het verhaal van Virgilio. Een theatervoorstelling eindigde met de oproep aan het publiek van de landloze boeren om 'ons bloed voor de revolutie te vergieten'. Het stuk trof de lokale gemeenschap diep en Virgilio, een boerenleider, stelde Boal en zijn team voor om – na een goede en welverdiende maaltijd – mee op te trekken naar landeigenaren. Gewapend! Dit is iets waarop het theatergezelschap niet kon ingaan: ze waren immers geen revolutionaire boeren, ze waren acteurs! Boal zou de oprechte teleurstelling van Virgilio nooit nog vergeten, zelfs als hij de man nooit nog terug zou zien.

cover-smallHet was een louterende ervaring voor Boal die besloot nooit nog op te roepen tot iets waar hij zelf niet bereid toe was. Met enkele tussenstappen creëerde hij uiteindelijk forumtheater, ongetwijfeld de meest bekende en toegepaste van zijn werkvormen. In forumtheater wordt niet langer opgeroepen om x of y te doen. Integendeel, forumtheater stelt een vraag. Een onbeantwoorde vraag waarbij het publiek wordt uitgenodigd om via een esthetische (theater)dialoog op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden.

Die steeds geïmproviseerde antwoorden worden telkens met het publiek geëvalueerd. Heeft het iets aan de situatie veranderd? En zo ja, was de verandering ten goede? Was ze realistisch? Hoe kunnen we dit in de werkelijkheid doen? Soms komen er heel concrete en bruikbare ideeën uit, soms was het gewoon een verkenning waaruit we leren dat verandering nooit makkelijk is, maar wel steeds mogelijk.

Belangrijk in forumtheater is 'to never simplify what is complicated or complicate what is simple', om het met de woorden van de Indische schrijfster en activiste Arundhati Roy te zeggen. Tijdens het pinksterweekend zagen we dit opnieuw bevestigd. Samen met de partners (Intal, Multatuliteater, U Move 4 Peace en Geneeskunde voor de Derde Wereld) verzorgden we vanuit LABO vzw drie opvoeringen van de forumtheatervoorstelling Droog Zaad. Samen met Olivier (UM4P) was ik regisseur en joker. Tot op vandaag blijft het een wonderlijke vaststelling om te voelen hoe forumtheater de sluier van een naïef bewustzijn doorprikt en ons stimuleert om kritisch te reflecteren over de werkelijkheid.

Prachtig bij Boal is te lezen hoe hij zelf in alle bescheidenheid schrijft zijn werkvormen ook maar 'ontdekt' te hebben. Een ontdekking die enkel kan voortkomen uit een oprechte nieuwsgierigheid. Die nieuwsgierigheid is één van de meest waardevolle stimulansen om een leerproces aan te gaan. Jammer genoeg lijkt diezelfde nieuwsgierigheid ook systematisch beknot te worden in veel onderwijsinstellingen die liever opteren voor een gestandaardiseerd leertraject.

Freire overleed in 1997 en Boal in 2007. Dus helaas kan je ze bij ons (of elders) niet boeken voor een workshop of lezing. Hun geest blijft echter zeer aanwezig in ons werk. Voor mij persoonlijk gaat er geen week voorbij of ik sla opnieuw een boek open van een van beide gidsen. In die zin blijven ze ook in het hierNUmaals schitteren. Hun ideeën en inspiratie maken mee het kloppend hart van LABO vzw. En dus verdienen ze een plaatsje in de spits van ons team.

Tip: In onze leeswijzer ontdek je meer over hun werken.

P.S.: Tot slot moet ik nog even terugkomen op de eerste zin van deze bijdrage: 'Het WK voetbal werd gisteren afgetrapt met een moeizame overwinning voor de Brazilianen.' De aanhoudende protesten in het land tonen aan dat winnen of verliezen vooral naast het veld moet gebeuren voor heel wat Brazilianen. Een groot sportevenement als het WK slorpt fenomenale bedragen op die veel arme Brazilianen liever geïnvesteerd zagen in onderwijs of gezondheidszorg. Soms zijn brood en spelen niet langer voldoende. Rest de vraag wat Freire of Boal hiervan gevonden zouden hebben. Iets zegt me dat hun hart en ogen meer gericht zouden zijn op wat gebeurt in de favela's dan op de prestaties in de stadia.

GOOOOAAAL! – Over theater en voetbal

Als ik je vraag welke rol voetbal speelt bij particpatief theater, dan ga je me vast verbaasd aankijken. En toch heb ik moeten vaststellen dat voetbal een cruciale rol kan spelen. In Strabane, een stad bekend om haar legendarische werkloosheidscijfers(1), werken we met jongeren die leven in een maatschappelijk kwetsbare context.

“Met die gasten ga je heus geen theater spelen hoor,” waarschuwden hun begeleiders ons vooraf. Tot aan de eerste pauze, zoveel krediet krijgen we nog, maar na de pauze zien we zeker niemand terug. Op eigen risico gaan we de uitdaging toch graag aan.

Veel van de tieners in kwestie hebben op school afgehaakt, leven in een moeilijke thuissituatie, hebben confrontaties met politie achter de rug. Meerderen krijgen het label ADHD mee, al dan niet in een officiële diagnose. Deze jongens en meisjes groeien niet altijd op in de beste omstandigheden maar ook voor hun ouders is het leven niet altijd even makkelijk.

Red Bull heeft een aantal van de gasten in onze groep het soort vleugels waar ze er al meer dan genoeg van hadden. Een moeder die als vrijwilliger vaak in de werking actief is vertelt ons dat ze hen al niet veel kan geven. Ze vragen om het energiedrankje en moet ze hen dan ook dat nog ontzeggen? Aan energie is er dus geen gebrek. Onze uitdaging is die energie te kanaliseren en er iets mee te doen waar zowel de tieners als wijzelf wat aan hebben.

Enkele weken later verwelkomen de gasten onze groep. Eerst een half uurtje voetballen. Naar goede gewoonte. De eerste uitdaging in dit werk is werk maken van een vertrouwensrelatie met de groep waarmee je aan de slag gaat. Hoe? Als je zoekt naar een eenduidig recept, dan moet ik je teleur stellen. Maar wie oprecht en geïnteresseerd te werk gaat, die heeft meer kans om een connectie te vinden. Bij de jongeren in Strabane is dat al voetballend.

In Strabane zijn de jongeren voetbalgek. Als ze horen dat ik van België kom, dan beginnen ze enthousiast over Fellaini, Kompany en de andere Rode Duivels. Sommigen kennen duidelijk meer namen van Belgische voetbalgoden dan ikzelf. Al snel hebben ze door dat ik niet uit hetzelfde hout gesneden ben. Maar dat deert niet. Hier mag iedereen een balletje trappen. Voetbalgod én klein pierke.

In het voetbal kunnen ze hun energie kwijt. En die hebben ze op overschot. Op school moeten ze de hele dag stil zitten. Tegen hun goesting. Als ze al gaan. “De leerkrachten begrijpen ons niet,” luidt vaak het verhaal. Hector zijn motto “the teacher appears when the student is ready” lijkt bij hen meer op zijn plaats. En na een half uurtje voetballen lijken ze verrassend klaar te zijn.

Scene Playing Youth Centre 3

De ruimte die we met participatieve theatertechnieken creëren is dan ook fundamenteel verschillend van die van een schoolse context. Om te beginnen kan iedereen voor zichzelf bepalen wanneer het even genoeg is geweest. “Take care of yourself” is de voornaamste leefregel. Daarnaast vieren we het maken van fouten. Wie geen fouten maakt, die kan ook niet leren.

In dit theater liggen fouten aan de basis van later succes. Als ze even stoer willen doen, dan doen ze maar. Als ze schuttingstaal willen gebruiken, dan kan dat. En dan vergroten we dat gewoon uit. Tot ze er zelf genoeg van hebben. Als begeleider moet je de groepscontainer goed bewaren en bewaken, zonder de ruimte voor vrije expressie onnodig in te perken. Moeilijk gedrag (wat dat ook moge betekenen) is oké, kwetsend gedrag niet. Het resultaat van deze aanpak laat zich al snel merken.

Wat een rijkdom aan scenes! We zien confrontaties op straat, problemen op school. Emoties als angst, vertwijfeling, woede, apathie, maar ook liefde, solidariteit en verantwoordelijkheid spreken uit de taferelen die de jongeren met ons delen. Ze leren over zichzelf en van elkaar. En ze doen het (bijna) helemaal zelf. Zoals steeds is onze rol beperkt tot die van facilitator. We zijn een katalysator: we brengen spelen en een format, we hebben aandacht voor de groepsdynamiek. Maar de inhoud en de creativiteit, die behoort hen toe.

Scene Playing Youth Centre Strabane

Wanneer het kan zijn we facilitator. Dat betekent: we helpen hen zodat het groepsgebeuren en leerproces makkelijker wordt. Soms zijn we wat Boal noemt een 'difficultator': we maken het wat moeilijker als ze het zelf te makkelijk voorstellen. Zeker wanneer we via theater naar alternatieve strategiëen zoeken, naar antwoorden voor de maatschappelijke problemen die ze op scène aankaarten. In de werkelijheid zijn er immers ook geen magische uitwegen

 

 

Foto's: We improviseren een scène gebaseerd op de ervaringen van de tieners op school.

 

Theater is een veilige ruimte. Loopt het fout, dan keer je de klok gewoon terug. Je wordt er geconfronteerd met de gevolgen van je gedrag. Vóór je de handelingen echt gesteld hebt. Zo ontstaat er ruimte voor reflectie en dialoog. Tenminste als je elkaars eigenheid respecteert. Er zijn regels, maar er is ook voldoende vrijheid.

Leraar en leerling zijn met elkaar verbonden. Ze staan vaak bijna op gelijke voet, zelfs al heb je als begeleider een belangrijke verantwoordelijkheid en mag je de controle nooit helemaal uit handen geven. Maar voor de rest kan ik Freire alleen maar gelijk geven: als je zelf niets leert van de groep, dan ben je geen goede leraar. Wij leren iedere sessie ongelooflijk veel.

Wie hen geen tweede blik gunt, kan denken dat deze tieners weinig potentieel hebben. Maar wie minder oppervlakkig is, die voelt het potentieel dat schuilt achter het 'probleemgedrag'. Als samenleving moeten we ons ervoor behoeden jongeren niet te herleiden tot het het gedrag waartoe de maatschappelijke structuren hen vaak verleiden.

Tot grote verbazing van hun enthousiaste begeleiders stomen we de jongeren nu klaar voor een heuse forumtheatervoorstelling. Geen groots opgezette show, maar een kleine, intieme voorstelling waarop we ook de ouders willen uitnodigen. In die voorstelling tonen de gasten de uitdagingen waar ze zich mee geconfronteerd zien. Het is een collectief verhaal van een groep jongeren, samengesteld uit vele persoonlijke anekdotes. Alle aanwezigen zullen het verhaal herkennen. Voor sommigen is het misschien toch nog confronterend. Maar het is vooral een kans om samen na te denken over oplossingen van tieners in een maatschappelijk kwetsbare omgeving. Hoe kunnen we samen de uitdagingen aangaan? Wat moet er veranderen en hoe?

Forumtheater biedt de kans om een mooie dialoog te starten die nog lang na de voorstelling verder leeft. Met een beetje geluk leg je er via theater de basis van actie in het werkelijke leven. Op zijn minst is het een bescheiden maar betekenisvolle stap in het creëren van een hechtere gemeenschap, met meer hoop en samenhang. Zoals Boal zei: “Theater is geen revolutie. Maar het kan wel een repetitie voor die revolutie zijn.”

Deze blogpost is gebaseerd op de reis- en werknotities van sociaal laborant Jeroen Robbe. Hij werkte in oktober in Noord-Ierland met Hector Aristizábal van Imaginaction. Van 1 t.e.m. 4 mei is Hector bij LABO vzw op bezoek.

 

(1) Tijdens de hoogdagen van de 'Troubles' (het Noord-Ierse conflict tussen katholieken en protestanten) had Strabane de hoogste werkloosheidscijfers uit Europa.

Stage bij Hector Aristizábal

De komende weken staat onze sociaal laborant Jeroen stil bij enkele bijscholingen en een stage die hij zelf gevolgd heeft in het voorbije half jaar. Op basis van zijn aantekeningen deelt hij via deze blog verhalen en verworven inzichten.

Toen we begin 2013 met LABO vzw begonnen, was één van de doelstellingen om bestaande initiatieven methodologisch te versterken. Er bestaan tal van organisaties en actiegroepen die zich inzetten voor kleine en grote veranderingen. Vaak zijn ze op zoek naar nieuwe ideeën of andere werkvormen om hun verhaal kracht bij te zetten.

LABO vzw heeft geen specifieke doelgroep. Door met een brede waaier aan groepen te werken rond thema's die er voor hen toe doen, hopen we bij te dragen aan een boeiende kruisbestuiving waar we allemaal sterker van worden. Het is ook met die insteek dat ik deelnam aan een stage bij gerenommeerd theatermaker, therapeut en activist Hector Aristizábal.

Hector Aristizábal is een Colombiaans theatermaker die al jaren gebruikt maakt van de technieken van het Theater van de Onderdrukten. Als geen ander kent en beheerst hij de vaardigheid om theater in te zetten als helende kracht die mensen samenbrengt en monoloog vervangt door dialoog. Werken met Hector is een unieke ervaring. Door zijn jarenlange expertise heeft hij bijzonder weinig voorbereiding nodig. Hij benadrukt dat je eens je in een groep komt het proces moet vertrouwen. Hij leest een groep als het ware en op basis van die diagnose zet hij stap voor stap de weg uit.

P1190644In Noord-Ierland kwam ik terecht in een bijzonder gemotiveerd team. We werkten er met zeer diverse gemeenschappen. Onze groep ging aan de slag in niet minder dan drie gevangenissen, met jongeren in een maatschappelijk kwetsbare context, met een zelforganisatie van holebi's en met nabestaanden van het Ballymurphy bloedbad. Ons arsenaal bestaat in de eerste plaats uit het repertoire van Augusto Boal (Theater van de Onderdrukten). Sporadisch gebruiken we ook enkele elementen uit andere technieken waar Hector vertrouwd mee is, zoals bijvoorbeeld het Playback Theatre, pyschodrama, storytelling…

 

 

Foto: Jeroen en Hector in een lokale pub na een dag hard werken.

We gebruikten bijna het volledige repertoire van Theater van de Onderdrukten: beeldentheater, forumtheater, cop in the head, rainbow of desire… Ze passeren allemaal de revue. Altijd al sinds ik mijn eerste stapjes in de wereld van Theater van de Onderdrukten zette, heb ik geloofd in de kracht van de methode om individuen te versterken, gemeenschap te vormen en sociale verandering te stimuleren. Meer dan ooit geloof ik ook in de helende kracht van theater.

De groepen waar we mee werkten hebben vaak heel wat kwetsingen opgelopen in leven dat allesbehalve een vlekkenloos parcours is. Hoop is soms ver te zoeken, maar de menselijke nood aan hoop is overal – zelfs in de zwartste gaten. Hoewel velen het zelf eerst niet geloofden, zagen we sessie na sessie meer en meer gezichten opklaren. De ban was gebroken. En telkens opnieuw stelde ik vast hoe initieel wantrouwen langzaam werd omgebogen in creativiteit en samenhorigheid. Een groepscohesie die ongetwijfeld helpt bij het werken aan een veerkrachtige gemeenschap waar kleine en grotere veranderingen morgen niet langer ondenkbaar zijn. En wat vandaag denkbaar is, kunnen we morgen samen mogelijk maken.

In de komende weken deel ik graag enkele verhalen over ons werk in Noord-Ierland. Hopelijk kunnen deze inspireren en vergroten we in de komende jaren het draagvlak voor gelijkaardig werk in ons land.

Andere bijdrages in deze reeks:

Gooooaaal! Over theater en voetbal


Een kort sfeerverslag van enkele workshops in Noord-Ierland en fragmenten van een interview dat Jeroen afnam van Hector. Hector is van 1 tot 4 mei op bezoek bij LABO vzw. Hij verzorgt enkele workshops en zijn voorstelling Nightwind zal ook twee keer worden opgevoerd.

 

Wat ‘Actieve Hoop’ ons kan bieden…

Sinds kort biedt LABO vzw ook workshops aan in verbindingswerk en duurzaam activisme. Om onze ervaring binnen LABO wat te spijzen nam ik de afgelopen maanden deel aan twee vormingen rond het thema. Het betrof ondermeer een ‘Awakening the dreamer seminarie’ van The Pachamama Alliance in samenwerking met de Brahma Kumaris Society in Cardiff, Whales. De tweede vorming vormde een online cursus die werd gegeven door Chris Johnstone en Barbara Ford, rond actieve hope, gebaseerd op zijn gelijknamige boek (Active Hope, How to Face the Mess We’re in without Going Crazy) die hij samen met Joanna Macy schreef. Beide vormingen vertrekken echter vanuit enkele zeer gelijkaardige basisprincipes om sociale verandering mogelijk te maken, vandaar ook mijn bewuste keuze om deel te nemen aan beide.

Een dubbele cirkel waarbij de deelnemer de ontmoeting aangaan met hun nakomelingen.

Het verbindingswerk – gebaseerd op het levenswerk van de ondertussen 84 jarige activiste en boeddhiste Joanna Macy – vertrekt vanuit 4 belangrijke elementen om duurzame sociale verandering mogelijk te maken. Hiermee vertrekt ze vooral vanuit de ervaring van het individu waarbij ze deze individuele ervaringen ‘verbindt’ met die van anderen. Dankbaarheid voelen voor het leven vormt de eerste stap. Hierop volgend wordt dieper ingegaan op het ervaren en delen van onze gevoelens rond de enorme en angstaanjagende problemen in de wereld vandaag. Deze moeilijke stap is cruciaal omdat heel wat mensen vaak te weinig stilstaan bij deze gevoelens waardoor gevoelens van onmacht, frustratie, onverschilligheid of een burn-out de overhand nemen op een gezonde verwerking ervan. Bij het zien van Syrische kinderslachtoffers van een gasaanval kan je de televisie uitschakelen en deze problemen mijden, of je kan net het omgekeerde doen, de realiteit onder ogen zien en stilstaan bij het leed dat deze kinderen werd aangedaan.

Vanuit deze moeilijke ervaring leer je – en dit is de derde stap – met nieuwe ogen zien. Hiermee speelt ze in op het concept van ‘The Great Turning’ waarbij de wereldgemeenschap staat voor haar belangrijkste uitdaging in de geschiedenis. En dat is een radicale herdefiniëring en heruitvinding van het huidige maatschappijmodel dat is gebaseerd op een ‘business as usual’ model. Met nieuwe ogen zien duidt net op de deelname aan die ‘grote omwenteling’ door kracht te putten uit hoopvolle initiatieven die een betere wereld mogelijk maken. Macy en Johnstone gaan hier met hun boek een stuk dieper op in en behandelen thema’s zoals ‘een bredere kijk van het zelf’, ‘een herdefiniëring van macht’, een ‘doorgedreven vorm van gemeenschap’ en niet onbelangrijk, een ‘heruitvinding van ons tijdsperspectief’.  In dit boeiende hoofdstuk leggen de auteurs ondermeer uit hoe de hedendaagse mens snelheid en korte termijndenken meer dan ooit omhelst met alle gevolgen van dien, waarvoor hij het tragische verhaal van de Titanic als metafoor gebruikt.

dubbele cirkel op klankconcert en verbindingsoefening LABO vzw

Tot slot is er de vierde stap ‘hoe gaan we vooruit’, de actie voor sociale verandering. Ook hier gaan Joanna en Chris een stuk dieper op in met enkele gewaagde maar inspirerende insteken rond duurzame sociale actie. Zo geloven ze sterk in het creëren van een visie en een geloof dat verandering mogelijk is. Verder nodigen ze uit tot het opbouwen van steun rondom je heen en staan ze stil bij hoe we onze energie en enthousiasme kunnen behouden in moeilijke momenten. Tot slot roepen ze op om niet bang te zijn van de onzekerheid over de toekomst. Een dorp dat ervoor kiest om een eigen windmolen te plaatsen zal nooit zeker zijn of het überhaupt iets zal veranderen en of ze hiermee heel het land overtuigen om het zelfde te doen. Maar het kan wel zo’n dynamiek in gang zetten. Vele sociale veranderingen zijn er soms heel plots gekomen.

Zowel in het verbindingswerk van Joanna Macy als in de visie van The Pachamama Alliance speelt de rol van voorouders en toekomstige generaties een belangrijke rol. In de verschillende oefeningen van op ‘verbindingswerk’ gebaseerde workshops wordt stilgestaan bij onze interactie met de mensen die vele eeuwen voor- of na ons geleefd hebben en zullen leven. Dit contextwerk biedt heel wat mogelijkheden aan mensen om de zaken in een ruimer perspectief te plaatsen dat voorbij gaat aan het korte termijn denken dat alomtegenwoordig is vandaag de dag.   

Actieve Hoop houdt ons recht om onszelf op duurzame wijze te blijven inzetten voor een betere wereld. Reden te meer voor mij om hier via LABO vzw extra aandacht aan te schenken in haar vormingsaanbod.

“Books about social and ecological change too often leave out a vital component: how do we change ourselves so that we are strong enough to fully contribute to this great shift? Active Hope fills this gap beautifully, guiding readers on a journey of gratitude, grief, interconnection and, ultimately, transformation.”

Naomi Klein, author of The Shock Doctrine.

Chris en Joanna brengen je boeiende nieuwe inzichten en nodigen uit tot een creatieve visie op sociale verandering. Een ‘must read’ voor iedereen die haar/zijn steentje wil bijdragen voor een betere wereld. Het boek ‘Active Hope, How to Face the Mess We’re in without Going Crazy’ is tot nog toe enkel beschikbaar in het Engels en kan online besteld worden via Amazon of andere online verkoopwebsites. Alle informatie over het boek kan je hier vinden. Voor concrete workshops in het Nederlands inzake verbindings- en actieve hoop werk kan je terecht bij LABO vzw.

 

Repeteren voor de werkelijkheid // Rehearsing reality

Repeteren voor de werkelijkheid (English below)

Als LABO vzw een sociaal laboratorium is, dan zijn de medewerkers 'sociaal laboranten'. Als facilitator van groepsprocessen creëren we een veilige ruimte. Een ruimte waarin we groepen begeleiden om de uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden te analyseren en van antwoord te voorzien. Wat we doen met groepen, moet deelnemers individueel en collectief voorbereiden op wat ze nadien in de buitenwereld gaan doen.

Tijdens onze workshops mogen deelnemers fouten maken. Ze krijgen tijd en ruimte om te ervaren, om te experimenteren. In de 'echte' wereld worden fouten soms al snel genadeloos afgestraft. We willen groepen vooral helpen een verschil te maken in die echte wereld. Door hen te versterken, een stem te geven of strategieën te ontwikkelen waarbij ze zelf motor van sociale verandering worden.

Dit werk is ook voor ons een leerproces. Als je niets leert van de groep waarmee je als facilitator aan de slag gaat, dan is de kans dat jij hen iets bijbrengt ook bijzonder klein. Dit leerproces is een constante dialoog. Via deze blog willen we reflecteren over ons werk. Over wat we doen, wat we leren, wat ons sterkt of net doet twijfelen. De blog is digitale poot van ons sociaal laboratorium: een extra ruimte waar we jullie uitnodigen met ons in dialoog te gaan.

Zoals Augusto Boal zegt: ons werk is een repetitie voor de werkelijkheid. En die werkelijkheid hopen we te veranderen, repetitie na repetitie…

— English translation below —

Rehearsing Reality

If LABO vzw is a social laboratory, then we can see our team as 'social laborants'. As a facilitator of group work we need to create a safe space, in which we guide groups through a process in which they explore the challenges they are confronted with. Our work prepares participants individually and collectively for what they will be doing afterwards in real life.

It's okay to make mistakes during our workshops. Participants should get both the time and the space to experience and experiment. In the 'real' world mistakes often have harsh consequences. Our job is to help groups making a difference in this real world. We do this by empowering participants, by giving them a voice or by developping strategies for them to become a catalyst for social change.

Doing this work is experiential learning for us as well. When you don't learn anything of the people you work with, there's only little change that you will transfer anything useful to them. Learning in our approach is a never ending dialogue. On this blog we will connect some reflections on our work. What are we doing? What do we learn? What strengthens us or raises doubts?

This blog is part of our social laboratory. It is one more space where we hope to invite you to engage with us in a meaningful dialogue.

As Augusto Boal says: our work is a rehearsel for reality. And we hope to change that reality, one rehearsel at a time.

Most posts on this blog will be in Dutch only, although we definitely hope to share some thoughts and insights with non-Dutch speakers as well. Let us know if you would appreciate more English posts. It might motivate us to do the extra effort!