02/04/2018  door Jeroen
 

Paulo Freire en de bevrijdingstheologie

Tijdens de recente betoging tegen racisme, liepen we met grote afdrukken van boekencovers. Een cover die veel reacties oogstte was die van Paulo Freire, auteur van Pedagogie van de Onderdrukten. Het terugzien van Freire raakte blijkbaar bij veel anti-racisten met een lange staat van dienst een gevoelige snaar. Hoopvol is dat ook meer en meer jonge mensen hem herontdekken. Dat Freire bij het uitwerken van zijn emancipatorische pedagogie geïnspireerd was door schrijvers als Marx en Fanon is velen wellicht bekend. Op deze paasmaandag, na een stevig ontbijt met chocolade paaseieren, mijmer ik graag even over die andere wortels van Freire’s denken en daarmee ook die andere christelijke traditie, die vandaag haast vergeten lijkt, de bevrijdingstheologie.

In april 2015 kreeg Nita Freire, de weduwe van Paulo Freire die, met anderen, zijn werk vandaag voortzet, een persoonlijke audiëntie bij paus Franciscus. Die vertrouwde haar toen toe dat het werk Pedagogie van de Onderdrukten hem zeker niet vreemd was. Onder paus Franciscus heeft het kerkelijke instituut een opmerkelijke stap richting gezet richting de bevrijdingstheologische traditie waar ze zo lang mee in de clinch lag. Eerder ontmoette de paus ook al Gustavo Guturriez, een Braziliaanse theoloog die als vader van de bevrijdingstheologie geldt.

Christus als kameraad

Freire zag de figuur van Christus als een soort ‘kameraad’. In een video interview beschreef Freire hoe niet de sloppenwijkbewoners, maar de realiteit van het leven van de sloppenwijkbewoners hem aanmaande om Marx te lezen. Die realiteit zag hij als een realiteit van onwaardigheid, van negatie van vrijheid en van het ‘mens zijn’ zelf. En dus las hij Marx en ontdekte daarin wat hij omschreef als een objectieve basis om verder aan de slag te kunnen als kameraad van Christus.

De Amerikaanse historicus Staughton Lynd verbleef een hele tijd in Latijns-Amerika en raakte daar vertrouwd met het concept van ‘accompaniment’, dat hij ontleende aan de Salvadoraanse aartsbisschop Romero. Het gaat over een keuze om te leven onder de armen en hen te vergezellen, als gelijkwaardigen. Het is een aanpak die veraf staat van een klassieke geïnstitutionaliseerde benadering van liefdadigheid.

Dit idee van de basiswerker/leraar/priester/… die leeft met onderdrukten en in hun lot deelt, om vanuit die ervaring een nieuwe invulling aan een bevrijdende boodschap te geven, staat centraal in zowel Freire’s denken als de bevrijdingstheologie. De alfabetiseringswerker van Freire moet eerst deel worden van een gemeenschap om zich de woorden en beelden eigen te maken die voor hen betekenisvol zijn. Deze andere bril om de werkelijkheid vanuit het standpunt van de onderdrukte te bekijken, leidde ertoe dat de priester Christo Libanio in gevangenschap tot de conclusie kwam dat hij God pas voor het eerst echt ontmoette in zijn medegevangenen en dat Vlaamse priesters als Roger Ponseele zich aansloten bij de guerilla beweging in El Salvador.

Een God van en voor de onderdrukten

Centraal in de bevrijdingstheologie staat het idee van een preferentiële optie voor de armen. Dat betekent niet dat mensen in armoede “beter” zouden zijn, maar wel dat ze centraal staat in het discours van de bevrijdingstheologie net omwille van de onmenselijke omstandigheden waarin ze leven.

Het is de zwarte bevrijdingstheoloog James Cone die dit zo treffend vatte in de uitdrukking “God van de onderdrukten”, naar zijn gelijknamige boek. (Misschien is het boek wel een knipoog naar Freire, die alvast het manuscript met Cone besprak.)

Een pedagogische praktijk die bevrijdt

“Het woord van God nodigt me uit de wereld te herscheppen, niet voor de dominantie van mijn broeders en zusters, maar voor hun bevrijding.” (Paulo Freire)

Freire vergelijkt kritische bewustwording (conscientizacao) met de paaservaring van wedergeboorte: “conscientization demands an Easter. That is, it demands that we die to be born again.” Er komt een innerlijke (persoonlijke en uiterlijke (sociale) transformatie kijken bij dat proces van bewustwording. We stoppen ‘object’ of ‘slachtoffer’ te zijn en worden herboren als ‘subject’, een kritisch handelende burger die de samenleving van morgen mee vormt geeft en zich actief verzet tegen onderdrukking.

Actualiteit van Freire en de bevrijdingstheologie

Freire zelf liet er geen twijfel over bestaan dat men hem zou moeten ‘heruitvinden’ om zijn ideeën succesvol toe te passen in andere contexten, in tijd en ruimte. Maar de essentie en grondslag van zijn werk heeft niets aan relevantie ingeboet. Misschien is het ook daarom dat tijdens een zonnige betoging in maart 2018 zoveel mensen glimlachen bij het herkennen van dat baanbrekende werk van Freire in het straatbeeld.

Ook de bevrijdingstheologie blijft vandaag relevant. In een samenleving die zo sterk gefragmenteerd is door individualisering, verdeeld door onrecht en tegelijk op zoek naar zingeving, levert de politiserende kracht van een geactualiseerde bevrijdingstheologie potentieel ‘gist’ voor nieuwe vormen van solidariteit, strijd tegen onrecht en gemeenschapsvorming. Naast de bekendste Latijns-Amerikaanse traditie, zijn er ook verwante tradities als Black (Liberation) Theology (met grondlegger James Cone) en verschillende stromingen van feministische theologie. Womanist Theology, Mujerisma (de Latina versie). Elk van deze theorieën is schatplichtig aan de ideeënwereld van Freire of zijn er via kruisbestuiving minstens door verrijkt, al ontstond Black Theology reeds in de late jaren ’50 onafhankelijk van Freire’s werk. Ook de stroming “Liberation Psychology” van Jezuïet Martin-Baro is vermeldenswaardig. Die laatste baseert zich op Freire en bevrijdingstheologische concepten om een nieuwe vorm van psychologische praktijk te ontwikkelen die breekt met het individuele ziektebeeld maar via groepswerk op zoek gaat naar de maatschappelijke wortels van psychologisch lijden.

Het leidt geen twijfel dat als Freire vandaag zou zien wat in naam van het christendom gebeurt, hij dat in de strengst mogelijke woorden zou verwerpen, zoals hij ook destijds deed. Elke notie van een “superieure vorm van samenleving” of een “superieur ras” zou hij op het kerkhof van de geschiedenis van achterhaalde ideeën deponeren. Het meewerken van zogenaamde christen-democraten aan de deportatiewet en nieuwe repressieve maatregelen waarbij wie dringende zorg verleent of onderdak biedt aan mensen zonder papieren, zou hij terecht als het failliet van die traditie beschouwen. Op deze paasmaandag, vraag ik Freire indachtig, wil de echte christen – die als kameraad van Christus – strijdt tegen verdrukking dringend opstaan?