13/12/2016  door Jeroen
 

Ella Baker: groepsgericht leiderschap herontdekken

Aan wie denk je het eerst als iemand de Amerikaanse burgerrechtenbeweging als onderwerp aansnijdt? Veel kans dat het antwoord Martin Luther King is. Wie iets meer ingelezen is in de beweging zal snel nog enkele namen aan dat lijstje toevoegen maar bij de vraag naar vrouwen – op een eervolle vermelding voor Rosa Parks na – meestal het antwoord schuldig blijven. Tot voor iets meer dan een jaar geleden was dat bij mij niet anders geweest. Toen botste ik op een naam die me niet meer los zou laten: Ella Baker. Hoewel haar naam lange tijd bijna was vergeten, is haar traditie meer levend dan ooit.

Her-story: de geschiedenis herlezen

Vandaag is het dag op dag dertig jaar geleden dat Ella Baker is overleden. Veel kans dat je nog nooit over haar hebt gehoord. Toch speelde ze een cruciale rol in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging als onvermoeibare activiste. Ze was een groot deel van haar leven vooral achter de schermen actief, maar drukte daar wel een stempel op een hele generatie activisten die decennialang zouden strijden voor sociale rechtvaardigheid.

Ella Baker staat niet alleen in een traditie van sterke vrouwen die richting gaven aan de burgerrechtenbeweging en hun plaats in de geschiedenis meer dan verdienen. In een geschiedenis die naast ‘history’ ook ruimte laat voor ‘her-story’ komt naast mannen als Martin Luther, Malcolm X, Bayard Rustin, ook Baker aan bod, net als Fannie Lou Hammer, Septima Clark of Elizabeth ‘Betita’ Martinez.

ELLA BAKERElla Baker had al een hele geschiedenis binnen de burgerrechtenbeweging achter de rug wanneer ze een cruciale rol speelde bij de oprichting van de Student Non-Violent Coordinating Committee (SNCC). Ze begon haar carrière bij het National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) in 1938. Het NAACP is een van de oudste en ook meer mainstream onderdelen van wat de burgerrechtenbeweging zou worden. Binnen die organisatie zou ze reeds doen waar ze de rest van haar leven in uitblonk: een cruciale rol vervullen als ‘organizer’. Ze was actief bezig met het rekruteren van leden, fondsen te verwerven en lokale groepen te organiseren.

Nadien zou ze vanaf 1957 aansluiting vinden bij een nieuw opgerichte organisatie, de Southern Christian Leadership Conference (SCLC). Zelfs als de naam weinig belletjes doet rinkelen, zal de organisatie je onrechtstreeks misschien wel wat zeggen. Het SCLC is namelijk de organisatie achter Martin Luther King. Baker werd er al snel opgemerkt omwille van haar organisatorische capaciteiten en talent om met mensen aan de slag te gaan. Ze was er zelfs enkele jaren ‘executive director’, zij het ad interim en nooit volwaardig.

Het is tekenend voor het seksisme dat ook binnen de Amerikaanse burgerrechtenbeweging aanwezig was dat iemand als Ella Baker zo lang in de schaduw is blijven staan. Bij het SCLC vond men blijkbaar dat ze enerzijds wel de capaciteiten had voor een cruciale functie, maar als vrouw niet waardig was om de titel ook officieel te dragen.

Rollen in beweging: “mobilizer” versus “organizer”

We kunnen gerust aannemen dat Martin Luther King de belangrijkste ‘mobilizer’ van de beweging was, terwijl Ella Baker de rol van ‘organizer’ vervulde. Beide rollen zijn belangrijk in termen van bewegingsopbouw maar op lange termijn is toch vooral de ‘organizer’ onmisbaar bij het uitbouwen van een effectieve en duurzame beweging. Want wat doe je met het momentum dat de ‘mobilizer’ creëert en de mensen die je daarmee aantrekt? Die moet je verbinden met elkaar en de organisatie, een plek geven en laten groeien om je beweging te versterken. En het was net daarin dat Ella Baker uitblonk.

Niet iedereen was even doordrongen van het belang van dit werk. Het is een misverstand dat tot op heden telkens opnieuw moet opgehelderd worden: de voornaamste taak van de ‘organizer’ is niet het organiseren van evenementen, wat vaak wel bij de functie komt kijken, maar wel het samenbrengen, voorbereiden en organiseren van mensen.

De sit-in beweging ontstond schijnbaar spontaan toen vier jonge, zwarte studenten weigerden op te staan in een gesegregeerde lunch zaak. Het was 1960 en de tijd bleek rijp, want al snel volgde er een golf van gelijkaardige protesten doorheen het Zuiden van de VS. Het was een meer confrontationele actie dan men gewoon was binnen de gevestigde burgerrechtenbeweging omdat de segregatie rechtstreeks werd aangekaart. Ella Baker vond opnieuw hoop in deze jonge, gedreven activisten in een tijd waar ze binnen het SCLC steeds minder perspectieven zag.

Baker zag als ‘organizer’ meteen het potentieel in deze jonge mensen. Ze zag hen niet als ‘pionnen’ om in te schakelen in een of andere organisatie, maar als potentiële leiders die mee sociale verandering konden aansturen. Onder de vleugels van het SCLC organiseerde ze een conferentie waar jonge activisten uit de sit-in beweging elkaar konden ontmoeten. Ze sprak met honderden studenten en leiders uit de gemeenschap en bezorgde een neerslag van haar reflecties hierbij aan de organisatie.

mlkeb1

Baker omarmde echter de jongeren hun drang naar autonomie en was sceptisch ten opzichte van pogingen om hen in te kapselen in een bestaande structuur zoals het SCLC. Haar oprechte interesse in de jongeren en hun noden, maar ook haar democratische geest, maakte dat ze werd gevraagd als een van de weinige ‘adult advisors’ binnen de nieuwe organisatie die de jongeren zouden opzetten, het SNCC.

Geen leider of één leider: beide modellen schieten te kort

Leiderschap is een heikel discussiepunt binnen sociale bewegingen. De twee uiterste posities zijn het naar voor schuiven van charismatische, autoritaire (en meestal mannelijke) leidersfiguren of het verwerpen van leiderschap in alle vormen. Beide posities zijn bijzonder problematisch voor bewegingen die in de 21ste eeuw een tegenmacht willen opbouwen die strijdt voor sociale rechtvaardigheid.

Het autoritaire leiderschap dat kenmerkend was voor sommige marxistische bewegingen heeft vandaag geen bestaansrecht meer. Sterk beïnvloed door feministische en anarchistische groepen hebben recente protestbewegingen duidelijk gemaakt dat ze niet geloven in dit soort leiders. Een van hun sterkste argumenten is dat onze bewegingen de wereld waar we naar streven moeten vooraf spiegelen. Soms wordt dit omschreven als ‘prefiguratieve politiek’: we kunnen onmogelijk een meer vrije en democratische samenleving realiseren als we onszelf niet organiseren op een manier die deze democratie van onderop belichaamt.

Organisaties en bewegingen hebben noot aan een breed palet van vaardigheden en kennis. Dat volledige palet zal je nooit bij één iemand aantreffen. Organisaties met een autoritaire leiderschapsstructuur zullen dus sowieso belangrijke leiderschapsdomeinen onontgonnen laten. Een sterke spreker is immers niet noodzakelijk een goed strateeg. En een degelijk procesmatig organisator geeft misschien weinig inzicht in het onderhouden van relaties zoals een opbouwwerker dat kan.

Het andere uiterste, het verwerpen van elke vorm van leiderschap, creëert echter andere problemen. Om te beginnen is het onrealistisch: als je leiderschap problematiseert zullen er nog steeds mensen initiatief nemen en meer gehoord worden. Alleen kan je hen hier moeilijker op aanspreken, ze zijn immers formeel geen leider. Waar je, los van deze informele hiërarchie die onvermijdelijk is, leiderschap toch tot een minimum beperkt dreig je ook je beweging te verzwakken door de sterktes van de mensen die er deel van uitmaken niet te benutten. Dan krijg je een situatie waarbij leden van een groep systematisch en geforceerd op de rem gaan staan om toch maar niet in een positie van leiderschap terecht te komen.

Een andere traditie: grassroots, groepsgericht leiderschap

Ik kwam de naam Ella Baker voor het eerst tegen in het warm aanbevolen boek Towards Collective Liberation: Anti-Racist Organizing, Feminist Praxis, and Movement Building Strategy van Chris Crass. Crass is een ervaren ‘organizer’ die jarenlang actief was bij The Catalyst Project, een organisatie die vooral inzet op anti-racisme. Hij heeft sterke wortels in een organizing traditie die beïnvloed is door sociaal-anarchistische denkers en praktijken. Des te meer viel het me op hoe hij Ella Baker naar voor schoof net omwille van haar verfrissende en bevrijdende kijk op leiderschap.

book baker 3Crass beschrijft hoe Baker actief inzette op participatieve democratie binnen bewegingen en dit koppelde aan het minimaliseren van hiërarchie en de nadruk op expertise en professionalisme die hieraan gelinkt zijn. Ze geloofde ook heel hard in directe actie waarbij enerzijds onmiddellijke noden vervuld worden en anderzijds een gevoel van eigenwaarde en kracht herwonnen wordt.

Geworteld in de overtuiging dat groepen net gebaat zijn met meer in plaats van minder leiders, bouwde Ella Baker aan groepsgericht leiderschap bij de jongeren actief in het SNCC. Haar positie in de groep was eerder Socratisch. Ze drong nooit haar mening op, maar daagde de groep uit verder te kijken met gevatte vragen op het juiste moment. Volgens sommigen was haar terughoudendheid, doordrongen van de democratische gedachte, medeverantwoordelijk voor de neergang van de organisatie op een moment met hoogoplopende spanningen wanneer haar wijsheid en ervaring houvast had kunnen bieden.

Misschien had een iets meer proactieve houding effectief een verschil gemaakt. Misschien heeft ze toen een beoordelingsfout gemaakt en haar eigen leiderschapskwaliteiten te weinig uitgespeeld om het groepsproces niet te domineren. Feit is dat het SNCC in haar korte bestaan ontzettend veel heeft betekend in de burgerrechtenbeweging en een nieuwe, noodzakelijke wind liet waaien. Alle betrokken wijzen steeds in de richting van Ella Baker als men vraagt hoe dat komt. Meer dan wat dan ook, was ze een mentor die jongeren in zichzelf liet geloven. Ze haalde alles uit de groep wat er in zat, net door plaats te maken voor de kracht en kwaliteit die elk binnen bracht.

Kwaliteiten van groepsgerichte leiders

De kracht van groepsgericht leiderschap bestaat erin te tappen uit de collectieve wijsheid die voor een stuk de individuele blinde vlekken kan opheffen. Het veronderstelt zowel authenticiteit, generositeit als nederigheid in hoofde van de mensen die – formeel of informeel – een positie van macht vervullen.

Goed leiderschap creëert opportuniteiten voor anderen om hun talenten te ontdekken en vaardigheden te ontwikkelen. Met andere woorden: het geeft ruimte aan anderen om zelf leider te worden. In één moeite verhoog je zo de capaciteit van je groep om aan verandering te werken én versterk je de individuen die daarbij betrokken zijn.

Een groepsgerichte leider heeft oog voor de mensen die in je netwerk actief zijn. Niet alleen omwille van wat ze de organisatie kunnen bijbrengen, maar wel omwille van het menselijke potentieel dat ze hebben. Een groepsgerichte leider stimuleert het ontwikkelen van dergelijk potentieel en maakt het zichtbaar.

Chris Dixon omschrijft een model van 3 C’s voor anti-autoritair leiderschap dat ons mee op weg kan zetten. Die staan voor ‘clear’ (helder), ‘conscious’ (bewust) en ‘collective’ (collectief). Leiderschap moet helder zijn zodat leiderschapsrollen die uitgeoefend worden ook benoemd worden. Daarnaast moet het een bewuste praktijk zijn waarbij rollen worden toebedeeld en verantwoordelijkheid wordt opgenomen. Het collectieve aspect bestaat erin dat training en mentoring het mogelijk maakt om van leiderschap een dynamisch en gedeeld gegeven te maken.

Dergelijk leiderschap komt tegemoet aan de terechte roep om geloofwaardigheid en authenticiteit van activisten aan de basis die eisen dat bewegingen woorden omzetten in daden. Walk the talk en wees prefiguratief: laat ons vandaag zelf al bewijzen dat een participatieve democratie mogelijk is. Maar het biedt ook een antwoord op de bezorgdheid dat de enorme uitdagingen van deze tijd geen gebrek aan organisatie, effectiviteit of strategie dulden. We mogen het potentieel dat we hebben niet verkwisten, daarvoor staat er teveel op het spel.

De relevantie van grassroots leiderschap in de 21ste eeuw

Ella Baker was haar tijd ver vooruit. Maar misschien is vandaag het moment aangebroken om haar visie ‘mainstream’ te maken. Transformatief en groepsgericht leiderschap kan onze bewegingen veel bijbrengen. En in enkele bewegingen is dat wat vandaag reeds aan het gebeuren is.

book baker 1Een voorbeeld hiervan is de Black Lives Matter beweging en eerder ook de Occupy beweging. Volgens sommige commentatoren zijn die bijzonder omdat ze leiderloos zijn. Maar wie dat zegt is blind voor de dynamieken die onder het wateroppervlak spelen. Barbara Ransby onderstreept net hoe rijk aan leiders de Black Lives Matter beweging is. Niet toevallig is Ransby auteur van Ella Baker and the Black Freedom Movement, waarin het leven en de filosofie van Baker heel treffend wordt uit de doeken gedaan. Ransby vat de erfenis van Baker samen als die van een Freireaanse onderwijzer, een Gramsciaanse intellectueel en een radicale humanist. Hoewel een vrouw als Baker geen verwijzing naar mannelijke rolmodellen behoeft om haar kracht te duiden, dekt die vlag wel goed de lading.

De Amerikaanse filosoof en activist Cornel West laat een gelijkaardig geluid horen in Black Prophetic Fire. Door een hoofdstuk over Baker toe voegen, geeft hij haar definitief haar rechtmatige plaats in het pantheon van de zwarte vrijheidsstrijd in de VS. Meer dan in de andere historische leiders ziet West in haar een voorbeeld voor deze tijd net omwille van haar democratische ingesteldheid en het inzicht dat leiden niet enkel gaat om het gidsen van anderen, maar ook om het in staat zijn om ‘op te vangen’ wat leeft onder mensen, om vast te stellen waartoe ze in staat zijn.

Ook in ons land hebben we nood aan sterke bewegingen met veel leiders. Een engagement om werk te maken van sociale verandering kan niet vrijblijvend zijn. We kijken bovendien aan tegen sterke structuren en een hegemonisch verhaal dat het status-quo wil verankeren. Net daarom moeten we denken op lange termijn en de kans geven aan een grote groep nieuwe activisten om hun eigen talenten te ontwikkelen en in te zetten voor een nieuw verhaal. Met één goede strateeg of spreker zullen we niet ver komen.

Bovendien zijn organisaties die het moeten hebben van een charismatische leidersfiguur bijzonder kwetsbaar. Hoe moest het verder met het SCLC na het gewelddadige dood van Martin Luther King? Waarom hoorden we nog maar weinig van de Organization of Afro-American Unity na de moord op Malcolm X? Wanneer leiderschap gedecentraliseerd is, is het veel moeilijker om via repressie een beweging te ontwrichten. Elke machtsvacuüm dat ontstaat, wordt meteen weer opgevuld door nieuwe leiders.

Uiteindelijk gaat het ook om een zeer emancipatorische visie op bewegingswerk. We moeten als bewegingen niet bouwen aan een achterban van ‘volgers’, maar aan actieve, kritische medestanders met leiderschapscapaciteiten. Zo benutten we maximaal de volle potentiële capaciteit die we in huis hebben. En enkel op die manier mogen we terecht hopen om vandaag de fundamenten te leggen voor een beweging die morgen écht het verschil kan maken.

– Jeroen Robbe is reeds vijftien jaar als activist betrokken in grassroots sociale bewegingen. Bij LABO vzw, een beweging voor kritisch (wereld)burgerschap staat hij in voor vormingswerk en sociale actie.Dit is een eerste artikel in de reeks ‘bewegingswerk versterken’ waar recepten voor bewegingsopbouw in de 21ste eeuw worden onderzocht.