31/12/2014  door Jeroen
 

Bijdrage aan inspiratiedag Middenveld in Beweging

Deze tekst is gebaseerd op de commentaar door Jeroen Robbe (LABO vzw), aansluitend op het panelgesprek en de keynote sprekers. Het is geen woordelijke weergave, maar bevat wel de kernideeën van zijn commentaar.

“De crisis bestaat erin dat het oude aan het sterven is en het nieuwe niet kan geboren worden.” (Antonio Gramsci)

Deze voormiddag heeft reeds heel wat denkvoer opgeleverd in het licht van een zoektocht naar wegen die leiden tot een herpolitisering van het middenveld. Het is onmogelijk om in tien minuten alle waardevolle gedachten eer aan te doen, dus beperk ik mij tot het onderstrepen en illustreren van enkele krachtlijnen die ik zelf meeneem.

Een eerste uitdaging is een taalkundige uitdaging. Heel wat van 'onze woorden' zijn intussen gerecupereerd door het systeem en de huidige 'mainstream' of 'hegemonische' betekenis is niet langer de onze. Woorden als democratie, participatie, duurzaamheid, actief burgerschap… De manier waarop die woorden vandaag gedefinieerd worden is niet gelijk aan de emancipatorische – nog zo'n woord – vlag waaronder we ze zelf oorspronkelijk hanteerden.

We hebben dus nood aan klare taal, aan een nieuwe taal. We moeten een strijd aangaan om deze woorden terug te claimen. De invulling van woorden is nooit neutraal.

Uit het leven gegrepen anekdotes en verhalen illustreren soms wat anders theoretisch en abstract blijft. Onlangs sprak ik met een jeugdwelzijnswerker. Hij is jong, gedreven en komt uit de 'doelgroep'. Hij spreekt de taal van de gasten waarmee hij werkt én wil dat ze het maken in het leven. Als anderen – ouders, leerkrachten, leeftijdsgenoten – weinig geloof hechten in hun slaagkansen, dan stimuleert hij hen. Prachtig werk. Maar tezelfdertijd ziet hij het als zijn noodzakelijke opdracht om hen aan te zetten tot minder luiheid. Want als men ze 'domoor' noemt, dan is dat niets steeds zonder reden. Ze moeten maar harder werken! Lees: afhaken op school is dus een individuele keuze of verantwoordelijkheid, niet het gevolg van een ongelijke context die de een bevoordeelt en de ander discrimineert.

Welk zelfbeeld spreekt hier uit? Welk beeld van de doelgroep waar je mee aan de slag gaat? Ik vrees dat voor deze jonge jeugdwerker 'empowerment' verdacht hard met 'disciplinering' dreigt samen te vallen.

Een illustratie van het verwateren van woorden en begrippen die voor ons relevant zijn. Die jonge gast is ongetwijfeld niet alleen. Het verlies aan controle over relevante en betekenisvolle woordenschat is een symptoom van de depolitisering die we oogluikend hebben toegestaan. Ik ben ervan overtuigd dat 'empowerment', 'emancipatie' en 'participatie' kernwoorden zijn in de missie en visie van vele organisaties vandaag aanwezig. Maar wie durft zijn hand in het vuur te steken voor de praktische interpretatie van deze woorden door alle medewerkers? Naast een externe politisering is dus ook een interne politisering nodig.

Heel wat van 'onze woorden' zijn intussen gerecupereerd door het systeem en de huidige 'mainstream' of 'hegemonische' betekenis is niet langer de emancipatorische die we zelf voor ogen hadden.

Misschien is een nuttige oefening het schrijven van een eigen woordenboek waarin we belangrijke begrippen opnieuw vanuit een gepolitiseerde interpretatie gaan omschrijven om ze vervolgens ook op die manier te gaan hanteren in ons werk. Een gelijkaardige oefening werd elders bijvoorbeeld gedaan door de Just Associates die een woordenboek schreven voor 'feministische bewegingsbouwers'. Een woordenboek dat de nodige theoretische en ideologische handvatten biedt om vanuit een beter onderbouwde visie aan de slag te gaan.

Die interne politisering waarvan sprake is, heeft veel te maken met onszelf blijvend kritisch in vraag te stellen. “Wandelend stellen we onszelf vragen,” vertelde subcomandante Marcos van de Zapatistas indianen. Die vragen komen dus onderweg. Vaak hebben ze te maken met positie kiezen: wat gebeurt hier? Waarom? In wiens belang? Politisering gaat immers ook over standpunt innemen. Ik moet spontaan terugdenken aan een krachtig standpunt dat Paulo Freire tijdens een interview innam:

“Ik denk dat we met een bezonnen, alert en ontwaken bewustzijn een positie van verontwaardiging kunnen innemen. We zouden verontwaardigd moeten worden, maar niet verontwaardigd omwille van de sloppenwijkbewoner die een moord pleegt, maar verontwaardigd over de historische, politieke, sociale en economische situatie die de kans creëert dat ik vermoord wordt door die onfortuinlijke persoon.”

Wat betekent dit als we deze gedachte verplaatsen naar onze context, naar het België anno 2014?

Moeten we verontwaardigd zijn omwille van de aardappelactivisten, veldbevrijders, die ggo aardappelen uittrekken in een veld in Wetteren of moeten we vooral verontwaardigd zijn omwille van de historische, politieke, sociale en economische situatie die er voor zorgt dat deze activisten op geen enkele andere manier het debat kunnen aangaan zonder compleet genegeerd en opzij geschoven te worden.

Moeten we verontwaardigd zijn omwille van enkele dokwerkers die op een betoging met stenen smijten of moeten we vooral verontwaardigd zijn over het feit dat een groep arbeiders geen enkele politieke vertaling meer vindt van haar verzuchtingen? Verontwaardigd omwille van opnieuw die historische, politieke, sociale en economische context die de situatie creëert waarin de kans bestaat dat somige dokwerkers, zelf verontwaardigd, enkel nog met stenen kunnen smijten.

En ga zo maar door. Naar waar richten we onze blik van verontwaardiging? Dat is een centrale vraag telkens we positie innemen.

Een andere uitdaging die vandaag zeer duidelijk wordt, is het leggen van linken tussen verschillende actoren in het middenveld, in het bijzonder tussen meer grassroots en uitgesproken activistische groepen en meer gevestigde organisaties. Dit op basis van affiniteit, gedeelde visie en dromen. Dit is noodzakelijk omdat we veel van elkaar te leren hebben.

Het water zal soms diep zijn, want niet alleen de organisatiestructuur maar ook de organisatiecultuur is vaak zeer verschillend bij beide groepen. Maar grassroots activisten hebben onmiskenbaar baat bij het netwerk, de knowhow en de ervaring van meer formele organisaties. Op voorwaarde dat die laatste bereid zijn te delen. Anderzijds kunnen grotere organisaties, onvermijdelijk vertraagd door de structuur die hen in stand houdt, leren van de creativiteit, durf en beweeglijkheid van jonge, dynamische actiegroepen.

Bovendien kunnen grassroots actiegroepen ons politiek blijven uitdagen en scherp houden. Want het gevaar op recuperatie loert constant om de hoek. Enige tijd terug ontdekte ik een zeer relevant boek dat in de VS verschenen is over wat ze 'het non-profit industrial complex' noemen. Uiteraard is het ook gekleurd door de lokale context, maar toch lijken de uitdagingen die in het boek geschetst worden ook voor ons zeer relevant. In 'The revolution will not be funded. Beyond the non-profit industrial complex' kijken auteurs uit verschillende organisaties in eigen boezem. Op een gegeven ogenblik kwamen ze tot de pijnlijke vaststelling dat ze niet langer hun eigen agenda's, maar wel die van anderen uitvoerden. Ze gingen niet meer aan de slag waar dat het hardste nodig was, maar wel daar waar er middelen te vinden waren. Focus was niet meer op de concrete noden, maar wel op die thema's en programma's die 'subsidieerbaar' zijn. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt? Hoe kunnen we ons hiertegen wapenen?

Een ander begrip dat deze voormiddag meermaals opnieuw boven kwam drijven is 'ongehoorzaamheid'. Er is in de huidige politieke context opnieuw nood aan ongehoorzaamheid. Ook hier is samenwerking tussen verschillende types van organisaties en bewegingen wellicht wenselijk. Sommige organisaties zit 'burgerlijk ongehoorzaam zijn' meer in het DNA dan andere. En dat is oké. De ene organisatie kan de grenzen van het debat verleggen en de andere kan die bijkomende handelingsruimte dan mee gaan bezetten. Maar mogen we als een absoluut minimum engagement in deze samenwerking dan toch een uitgesproken solidariteit verwachten? Want we moeten ons geen illusies maken: wanneer verzet effectief is, volgt repressie al snel. Gandhi omschreef de fases in een campagne ooit eens als volgt: eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, vervolgens bekampen ze jou en pas dan win je. Voor de duidelijkheid: wat dat laatste betreft kan ik je geen garanties bieden. Maar feit is wel dat een gepolitiseerde beweging die daadwerkelijk verandering nastreeft met een stijgende impact altijd een stijgende repressie vanuit het systeem zal ervaren. Dan ontstaat vaak een spelletje verdeel en heers, waarbij er 'goede' en 'slechte' activisten zijn. Zullen we dan massaal de andere kant opkijken of zullen een solidaire lans breken voor die groepen die met hun ongehoorzaamheid het pad hebben geëffend voor reële verandering?

Als verzet effectief is, volgt repressie al snel.Daarom is solidariteit is een minimumvoorwaarde voor samenwerking.

Tot slot wil ik nog even een lans breken voor verbeeldingskracht. Als we ergens nood aan hebben, dan is het aan radicale verbeeldingskracht. Een radicale verbeeldingskracht die ons opnieuw doet geloven in niet één, maar vele alternatieven te verbeelden. Want Thatcher haar 'TINA' (There is No Alternative) heeft ook ons te hard in de greep gehad. We moeten ons opnieuw een andere wereld verbeelden. Verbeeldingskracht die ons in staat stelt buiten de bestaande kaders te denken. Verbeeldingskracht als de creatieve dimensie van een groeiende tegenbeweging. Verbeeldingskracht die een motor is waardoor we omschakelen van defensief naar offensief en weer proactief verandering nastreven, stap per stap. Eduardo Galeano gebruikte volgende metafoor:

“De utopia is aan de horizon. Telkens ik twee stappen nader kom, dan wijkt ze ook een stap of twee. Zet ik tien stappen, dan is ze zo ook weer tien stappen verder weg. Het maakt niet uit hoe ver ik ga, ik kan haar nooit bereiken. Waar dient ze dan voor, dat Utopia? Ze dient hiervoor: ze doet je vooruit wandelen!”

Jeroen Robbe is medeoprichter en 'sociaal laborant' bij LABO vzw. LABO vzw is een sociaal laboratorium gespecialiseerd in theater van de onderdrukten, emancipatorische educatie (gebaseerd op Paulo Freire) en ondersteuning van strategische processen en bewegingsopbouw. De organisatie streeft naar kritisch (wereld)burgerschap als motor voor sociale verandering. Lees meer over Middenveld in Beweging.